Jo
 

kroniekjotoren
alle
rooms
beroepen
Sjamaar
Godefrooij
Rijkenberg
Schuling
contact

terug
Jo Godefrooij, de oudste dochter van Nette Rijkenberg en Matthé Godefrooij, wordt op 24 december 1895 in Zaandam geboren.
Zij wordt gedoopt in de St. Barbarakerk in Zaandam.en haar peetouders  zijn haar ( oud en half) tante Maria Eva Peuler
- * 1844

en haar oom Louis Standenmeijer - * 1873 De eerste jaren van haar leven brengt ze in weelde door, zowel materieel als immaterieel. Als ze 6 jaar is gaat haar vader voor de tweede maal failliet en heeft de familie, van beide kanten, de handen van dit gezin afgetrokken.
Het gezin verhuist naar steeds mindere onderkomens en om het jaar krijgt ze er een broertje of zusje bij.
Uiteindelijk zijn ze zelfs genoodzaakt om de Zaanstreek te verlaten.
De dag na de verhuizing naar Utrecht wordt ze 14 jaar  en in deze ‘grote stad’ springt ze zo erg uit de band, dat ze een kleine twee jaar later in een verbeteringsgesticht in Almelo wordt geplaatst. De zusters Franciscanessen, die deze inrichting leidden stonden bekend om hun zeer strenge aanpak en het feit dat een meisje van goede huize, net 15 jaar oud, daar heen wordt gestuurd zal voor haar broers, zussen en later hun kinderen een ander groot geheim in de familie worden.

Het is wel bijna zeker dat ze daar een kind gekregen heeft.De katholieke kerk wist dit soort zaken altijd 'goed' af te handelen.
De moeder kreeg  het kind niet te zien. Hooguit geblinddoekt en met vastgebonden handen als het moedermelk nodig had.
Het kind werd aan een goede, degelijke en welgestelde katholieke familie met kinderwens gegeven en onder die naam aangegeven
en gedoopt. De moederzal tot haar 18e onder streng toezicht blijven.

Haar vader heeft haar ook voorgoed uit huis gezet Haar zonden zijn te groot. Als ze twee jaar later naar Utrecht terug keert gaat ze wonen in de Nachtegaalstraat – ook in de Vogelenbuurt, maar net een    tree hoger qua stand en aanzien dan waar haar ouders wonen. Het meest waarschijnlijk is dat ze – via de kerk – een dag- en nachtdienst heeft gekregen bij betrouwbare goed katholieke mensen en in de buurt van haar ouders, zodat de schijn verder kan blijven opgehouden.


Ze blijft daar op de dag af een jaar! Halverwege dat jaar sterft haar vader.


Op 7 juli 1916 verhuist ze naar de Reaalstraat in de wijk Lombok. Dat zal naar haar wettige echtgenoot zijn, want op 21 juni 1916 is ze getrouwd met
Theo Kemkes,beroep:
lasser
Haar familieleden hebben vanaf nu een concrete reden waarom Jo ‘verstoten’ is: ze is met een arbeider en dus ver beneden haar stand getrouwd.

Maar Theo Kemkes blijkt een hard werkende man en uitstekend vader te zijn. Maar Jo vindt zichzelf te goed om in de huishouding te werken en – hoewel ze nog tien kinderen zal krijgen – zullen deze kinderen altijd personeel voor haar zijn en uit niets blijkt dat ze ooit moedergevoelens heeft ontwikkeld.

Ze is zeer uithuizig en geeft meer geld uit dan haar echtgenoot kan verdienen. En als er weer een huurschuld is moet er weer verhuisd worden.

Eerst verhuizen ze naar de arbeiderswijk Zuilen, maar later zullen ze vele keren in de Vogelenbuurt verhuizen.

Ze blijft dan in de buurt van haar moeder wonen (in die tijd is het wettelijk verplicht dat ieder volwassen kind mee betaalt aan het onderhoud van eenmoeder, die weduwe is).

Haar moeder past regelmatig op haar kleinkinderen en haar oudste kinderen groeien dus op met haar jongste broers en zusjes.

Nadat Jo op haar 15e door haar vader uit huis is gezet zal ze het nooit meer betreden. Haar zusters, eerst Tecla, later Coba, die de zorg voor moeder en de kleintjeswel op zich hebben genomen en dus de baas in dat huishouden zijn, zullen altijd op haar neer blijven zien en vinden dat contact met haar te min is. en van de vele tegenstrijdigheden is dat Jo wel katholiek blijft en haar kinderen wel traditioneel heeft vernoemd naar grootouders, ooms en tantes.
Het meest typerend is – maar dat geldt ook voor de andere dochters Godefrooij - dat ze zichzelf altijd en consequent als het ultieme  slachtoffer zien,dat ze altijd mannen achter zich aan hebben en dat ze als levenspartner een man hebben, die hen op een voetstuk zetten, geen fouten van hen kunnen zien en
altijd voor ze blijven ‘zorgen’.
Theo en Jo scheiden in november 1931. Haar achtste kind wordt in juli 1932 geboren en moet volgens de wet de achternaam Kemkes krijgen, hoewel iedereen weet dat hij het kind is van de man met wie ze in 1933 zal gaan trouwen.

Deze man blijkt naast ‘gewone arbeider’ ook nog eens niet katholiek te zijn en het lijkt onmogelijk dat ze zichzelf nog meer ter schande zal kunnen maken.
Maar voor Jo blijft alles draaien om Jo, die van adellijke afkomst is, die zich haar geboorterechten ontnomen ziet, Als in 1940 de oorlog uitbreekt heeft ze nog negen kinderen in leven, de jongste is 5 jaar. Alle kinderen moeten, zodra ze 14 jaar zijn ‘uit werken’ en Ad, haaroudste zoon werkt bij Simon de Wit op de Biltstraat in Utrecht en gaat 's avonds naar de Handelsschool.


Wereldoorlog II

Zij sluit zich aan bij de NSB en wordt steeds fanatieker, de vlag uit, collecteren voor de Winterhulp ....
Haar man gaat als soldaat bij de Duitse Wehrmacht. Hij zit lange tijd in kazernes in Nederland en Belgie en wordt uiteindelijk naar Frankrijk gestuurd.


Ook vindt zij dat Ad, die in januari 16 zal worden voor God en het Vaderland en dus tegen de Bolsjewisten moet gaan vechten. En Ad, een brave, goed katholieke jongen doet dat natuurlijk.
Gedurende de hele oorlog krijgt ze extra voedsel, brandstof en wat al niet meer omdat ze een echtgenoot en een zoon in het Duitse leger heeft.
Voor haar minderjarige zoon, die later aan het Russische front gewond zal raken krijgt ze ook maandelijks zijn salaris.
Maar met haar stijl van leven en uitgaan heeft ze dit geld ook hard nodig. Ze verblijft regelmatig in Duitsland om te 'kuren' en neemt dan haar jongste kinderen mee, die ze daar in een smerig onderkomen achterlaat. Pas jaren later zal blijken dat ze daar mishandeld werden.

Eén van haar dochters trouwt, in vol ornaat, met een SS’er. Haar tweede zoon, die de lagere school niet af kon maken, was onder voogdij gesteld en verbleef bij een boer in Groningen.
Toen hij zestien werd heeft ze hem na een bezoekdag niet terug laten gaan, maar nam hij dienst bij de Kriegsmarine. Zijn voogd heeft nog geprobeerd om hem terug te laten komen, maar zij liet hem smalend weten, dat ze niet wenste dat haar zoon een toekomst als daggelder tegemoet ging. Deze zoon ging naar Italië, merkte daar dat hij niet tegen de Bolsjewisten, maar de Amerikanen moest vechten en gaf zich direct over.Twee maanden later was de oorlog over.

Op Dolle Dinsdag vlucht Jo met haar drie jongste kinderen naar Duitsland.Als ze terug komt wordt er een proces verbaal opgemaakt waarin ze alles toe geeft, maar er uiteraard net een andere draai aan geeft, zoals dat haar zonen niets liever wilden dan in het leger gaan. En ze kan uiteraard heel goed haar LIJDEN laten zien.
En daarmee is haar dossier gesloten. Er wordt geconstateerd dat het voor haar niet veilig is om naar haar woning terug te keren en ze krijgt van de overheid een onderduikadres. De drie kinderen worden onder voogdij van haar dochter en echtgenoot gesteld.Ze heeft niet alleen geen enkele straf gehad, ze wordt - door de overheid - zelfs beschermd tegen de buurtbewoners, die weten hoeveel kwaad ze heeft gedaan.

En we zullen nooit zeker weten of ze hiervoor haar vrouwelijke charmes, haar grote kennis over NSB'ers (ze ging daar immers in de hoogste kringen uit) en of ze hierbij ook haar  wrok tegen haar zusje en zwager heeft gebruikt - zoals haar zus Co dat tijdens het proces van haar zwager (mijn vader) zal doen.