![]() |
|
Met name voor de meisjes van de burgerlijke bovenlaag was dit een
moeilijke tijd. Vooral zelfbeheersing werd getraind. Ze moesten zich onderscheiden van de schreeuwende en ruwe spelletjes spelend kinderen van het lagere volk. Er werd van hen verwacht dat ze geen lawaai zouden maken, lange tijd onbeweeglijk konden zijn en zichzelf niet vuil zouden maken. Ze moesten rondlopen in keurige kleertjes, die spelen bijna onmogelijk maakten, en ze mochten geen contact hebben met mensen van de lagere klassen. Kinderen werden niet buitenshuis opgevoed maar juist thuis. Ze moesten ingewikkelde omgangsvormen leren. Hun opvoeding was vooral gericht op het huishouden en het latere moederschap. Daarnaast kregen ze uiteraard veel godsdienstlessen. En dan lezen, schrijven en wat algemene ontwikkeling. Voor het zware werk zou er uiteraard personeel zijn, maar daar moesten ze wel leiding aan kunnen geven. En in dit milieu er waren ook veel taken voor de huisvrouw zelf, zoals koken, handwerken, gasten ontvangen, thee schenken, bloemen schikken.. Het was heel belangrijk voor een meisje om een goede huwelijkskandidaat te treffen. Ze was immers afhankelijk van haar man. Dus het mocht geen man zijn die beneden je stand was. |
|
Deze foto van het pand: 'Westzijde
61 - wijk G' in Purmerend is
gemaakt in het najaar van 1894. De foto zal gemaakt zijn als huwelijkscadeau voor Nette en Matthé. Dit is een afdruk van de originele foto op karton - |
Op de foto staat:
getuigen op de bruiloft voor de bruidegom: Willem en Herman, oudere ongehuwde
broers
bruid: Bernard Kok, oom / Reijer Vorst, onderwijzer
Als Matthé en Nette een
half jaar later in Purmerend trouwen heeft
haar vader zijn herberg en alles erbij al
verkocht en heeft zijn
vader een prachtige zaak (met overgenomen
clientèle van vorige eigenaar)
al draaiende en zijn moeder het woonhuis (met bedienden) al volledig op orde.
Als op 24 december 1895 het eerste kleinkind, Jo, wordt geboren, lijken alle
gevaren bezworen en een gouden toekomst weggelegd.
In de loop van het komende jaar zullen de grootouders weer naar Amsterdam
vertrekken waar hun oudste zoon Willem bijna twee jaar de zaken heeft waar
genomen met hulp van zijn zus Marie
en andere trouwe medewerkers.
Het lijkt goed te gaan. De volgende dochter, Tecla, wordt geboren en dan de
eerste stamhouder Antoon.
Maar dan komt er toch naar buiten dat het helemaal niet goed is gegaan. Matthé
is blijven drinken, heeft de zaak laten verlopen en zijn zwakke vrouw Nette is niet opgevoed om zelf iets in
het huishouden
te kunnen en geld heeft ze zelfs nog nooit in haar handen gehad.
In haar wereld doen de mannen de zaken en de vrouwen
bestieren het huishouden en de bedienden.
Rekeningen komen bij de man terecht. En haar
echtgenoot en heer des huizes afvallen zal nooit in haar hoofd zijn opgekomen.
Uit de papieren is op te maken dat hij in 1901 voor de tweede keer
failliet wordt verklaard. In mei 1902 verhuist het gezin - met vier kinderen -
naar de Gedemptegracht 99 in Zaandam.
Maar het lukt Matthé om toch weer geld te krijgen en al in november van dit
zelfde jaar wordt een nieuwe zaak geopend en verhuist het gezin er heen, naar de
Zuiddijk. De opening komt met foto in de krant.
Met de hedendaagse technieken kunnen de details van de foto
uitvergroot worden.
A'dam 22/10 '01. Schrijf spoedig: Nieuwsgierig: Leidschegracht
72.
G.H. Willem.
Gegroet van Ida en mij aan allen.
geplakt met gompoeder
De naam op de etalage
is door gekrast
Zijn oudste broer Willem is dan 38 jaar en ongehuwd.Hij
heeft deze kaart geschreven.
Hij zal zes jaar later met Riek van Emmerik huwen. Wie is Ida...?
En er staan (ongebruikelijk) twee eigenaars in
de winkeldeur
|
Deze foto zat in het 'Godefrooij album' dat zowel in het bezit was van
Sjaan (dochter van Jo) als van Suze (jongste zusje van Jo,
mijn moeder). Met deze foto zijn hele generaties opgegroeid. Dit was de foto van de grootvader, die zo knap, charmant en rijk was, de grootvader, die tailleur was geweest, een soort modekoning. Op de etalageruit zou met zwierige letters M. Godefrooij staan. De opstelling is klassiek: de eigenaar van de winkel in de deuropening en het personeel voor de winkel, een foto voor de krant bij de opening van een nieuwe belangrijke zaak. Hij had een prachtige zaak, maar hij was kapot geconcurreerd door de textielindustrie en de warenhuizen. Als hij iets in de etalage had werd hetzelfde bij hen altijd goedkoper geplaatst. Mijn grootvader was daaraan kapot gegaan en het had tot zijn vroege dood geleid. De foto was onduidelijk, het onderschrift niet te lezen, maar mijn tantes (en mijn moeder, die haar vader niet gekend had, maar wel met dit verhaal was opgegroeid) waren zeer zeker over het trieste verhaal van deze man, die - net 45 jaar geworden - moe gestreden op straat in elkaar zakt en sterft. Hij laat een vrouw en negen kinderen achter. Hoewel er geen cent meer is, is hij er in geslaagd om geen schulden achter te laten. En dat was zo geweldig knap geweest .... Na zijn dood was het bittere armoede, maar dat zou gekomen zijn omdat mijn grootmoeder niet met geld kon omgaan. Er werd nooit over zijn broers en zusters gesproken. Dat de warenhuizen pas zijn gekomen toen hij al dood was.Tja.. |
Het lukt
het hem voor de derde keer om de mensen om hem heen ervan te overtuigen hem weer
geld te geven voor een nieuwe zaak.
Misschien is hij inmiddels opgenomen geweest,
misschien is het hem gelukt om maanden droog te staan.
Maar de intelligentie, de charme, de arrogantie, de
aantrekkingskracht samen met de verslaving en de manische depressiviteit
en
vooral de overtuigingskracht blijf je in dit geslacht
generatie na generatie terug zien komen.
In
1905 wordt hij voor de derde maal
failliet verklaard.
Zijn
oudere broers zijn dan nog immer ongetrouwd. Willem runt de zaken van de familie
en Herman werkt als griffier bij het Gerechtshof.
Zijn oudere zuster Marie is echter in 1900 op
34-jarige leeftijd gehuwd met de 10 jaar jongere Louis Standenmeijer, eigenaar
van een confectiefabriek
Dat zou een goede voedingsbodem geweest kunnen zijn van het verhaal over de
concurrentie.
Haar vader is al in 1898 overleden en zijn vader
overlijdt in december 1905.
Het
lijkt erop dat er in beide families is besloten dat hij het nu maar verder zelf
moet uitzoeken. Ze verhuizen nog drie keer binnen Zaandam
en vertrekken in 1909 met zeven kinderen naar
Jutphaas. Ook daar lukt het niet en in 1909 komen ze in Utrecht terecht.
Daar komen ze - niet toevallig - te wonen in de
Vogelenbuurt: Kwartelstraat 41 bis.
Hier wordt in 1911 nog een zoon geboren en in 1914
het negende kind een dochter, mijn moeder. Dit kind wordt in het ziekenhuis
geboren.
In die tijd was dit nog zeer ongebruikelijk. Zij was
de eerste baby, die in het St. Anthoniusziekenhuis geboren werd.
In 1911 is de oudste dochter voorgoed weg gestuurd.
De rest van het gezin woont in dit kleine bovenhuisjein de Kwartelstraat
Op 18 december 1915 wordt Matthé dood op straat
gevonden.
Zowel Matthé als Nette komen uit een oud en goed en zeer katholiek
geslacht. Dat is bekend in de kerk.
En zo'n keurige hulpeloze dame van stand zal
dus geholpen worden. Er wordt gezorgd voor een uitvaartmis, een
begrafenis en de koster zorgt voor een
bidprentje. Daaruit blijkt dat hij een zondig leven leidde en dat hij
ook
geen sacramenten der stervenden heeft ontvangen. Hij moet dus al koud
geweest zijn toen ze hem vonden.
Iedereen wordt dus opgeroepen om voor hem te bidden en aflaten voor hem
te verwerven, want iedere keer dat
dit gebed gelezen wordt scheelt hem 100 dagen in het vagevuur.
Hieruit blijkt dat hij wel zijn katholieke
plichten is blijven vervullen anders zou hij in de hel zijn i.p.v. in
het vagevuur.
| Bid voor de
Ziel van Zaliger Matthias Godefrooij Echtgenoot van Antonetta Maria Rijkenberg Geboren te Amsterdam 6 aug.1870 en overleden te Utrecht 17 Dec. 1915 begraven 21 Dec op het RK Kerkhof aldaar Laat ons bidden. O God, Schepper en Verlosser aller geloovigen schenk aan de ziel van Uwen.dienaar Matthias de vergiffenis van alle zijne zonden, opdat de kwijtschelding door onze godvruchtige smeekingen mogen te verwerven. Door Chr. onzen Heer. Amen Mijn Jezus barmartigheid Mijn Jezus barmhartigheid (100 dagen aflaat) Genadige Jezus geef hem de eeuwige rust ------------------------------------------------------- C. Raven Koster St Josephkerk |
Door navraag bij de
nakomelingen van zijn broers en zusters is gebleken dat iedereen in de familie -
behalve zijn eigen gezin - wist dat hun grootouders een broer hadden gehad,
die alcoholist was en jong was gestorven nadat hij
het familiekapitaal en het kapitaal van zijn
echtgenote op had gemaakt.
Hij was duidelijk hét zwarte schaap in de familie
waar alleen besmuikt over gesproken
Het vervolg hiervan is te lezen bij de Vogelenbuurt