klere
 

        Nettekroniek
alle
rooms
beroepen
Sjamaar
Godefrooij
Rijkenberg
Schuling
contact
Nette Rijkenberg werd in 1874 geboren in het huis boven de herberg van haar vader in het centrum van Purmerend. Zij was het vijfde kind en het eerste dat bleef leven.Na haar worden er nog vier kinderen geboren waarvan alleen de jongste, Herman, zal blijven leven. Haar moeder was zwak en ziekelijk. Haar vader was een centrale figuur in het stadje. Hoewel dit gezin tot de gegoede stand van de katholieke gemeenschap van Purmerend hoorde werd het toch met de nek aangekeken, want hoewel ze dus wel tot de Rijkenbergen behoorden en er goed van konden leven waren ze niet kapitaalkrachtig. In de ogen van deze strenge orthodoxe katholieke gemeenschap zal alleen al het feit dat hij een herberg had, alcohol schonk, als beroep tapper opgaf, omging met de schippers en anderen, die Purmerend aan deden, met Jan en Alleman dus... het feit dat ze 'kostgangers' hadden, mensen, die langdurig hun intrek bij hen namen. Voor die tijd en in die gemeenschap waren ze te lichtzinnig en verkwistend. De druk op de enige dochter moet groot geweest zijn.

Met name voor de meisjes van de burgerlijke bovenlaag was dit een moeilijke tijd.
Vooral zelfbeheersing werd getraind. Ze moesten zich onderscheiden van de schreeuwende en
ruwe spelletjes spelend kinderen van het lagere volk. Er werd van hen verwacht dat ze geen
lawaai zouden maken, lange tijd onbeweeglijk konden zijn en zichzelf niet vuil zouden maken.
Ze moesten rondlopen in keurige kleertjes, die spelen bijna onmogelijk maakten, en ze mochten
geen contact hebben met mensen van de lagere klassen.
Kinderen werden niet buitenshuis opgevoed maar juist thuis.
Ze moesten ingewikkelde omgangsvormen leren. Hun opvoeding  was vooral gericht op het
huishouden en het latere moederschap. Daarnaast kregen ze uiteraard veel godsdienstlessen.
En dan lezen, schrijven en wat algemene ontwikkeling. Voor het zware werk zou er uiteraard
personeel zijn, maar daar moesten ze wel leiding aan kunnen geven. En in dit milieu er waren ook
veel taken voor de huisvrouw zelf, zoals koken, handwerken, gasten ontvangen, thee schenken,
bloemen schikken..
Het was heel belangrijk voor een meisje om een goede huwelijkskandidaat te treffen. Ze was
immers afhankelijk van haar man.
Dus het mocht geen man zijn die beneden je stand was. 

Matthé Godefrooij werd in 1870 aan de Prinsengracht in het centrum van Amsterdam geboren.

Hij was het vijfde kind en derde zoon van Antoon en Jo Godefrooij - Teunissen. Het was een groot, degelijk, vroom en keurig gezin:deze woordkeus werd een eeuw later nog altijd gebezigd door katholieken als ze het over rijke katholieken hadden, die hun godsdienstige plichten meer dan vervulden en hun kinderen sober en met harde hand opvoeden.
Alle kinderen kwamen goed terecht, d.w.z. dat ze hoge functies kregen, zowel in hun beroep als in de kerk. Of dat de meisjes zo'n goed huwelijk hadden.

geb
Matthé werd, net als zijn oudste broer en zijn oudste zus, door vader in de zaak gehaald om opgeleid te worden.mat
En hij had veel talent,
hij werd een uitstekende creatieve kleermaker.
Hij werd ook een knappe en charmante man en wel een, die uitstekend gekleed was, goede manieren had en
een goed gevulde beurs.

Maar die beurs was steeds weer te snel leeg en met zo'n bekende rijke vader kon hij natuurlijk schulden maken. En dat deed hij met de arrogantie van een verwende talentvolle knappe zoon.
Een echte alcoholist dus!! Alcohol en depressie zijn nauw met elkaar verweven en inmiddels is de genetische oorzaak van de aangeboren depressie ook aangetoond.
Hoewel de broers en zijn zussen om hem heen pas heel laat trouwen is het duidelijk dat zijn ouders er alles aan willen doen om eerst van deze zoon een goede en degelijke huisvader te maken.
En daarvoor zal hij uit het verleidelijke Amsterdam weg moeten en met een goede degelijke katholieke vrouw moeten trouwen. Het lijkt waarschijnlijk dat de vaders elkaar gekend hebben en dat dit huwelijk de ideale oplossing was voor beide gezinnen.
We zien dat zijn vader Antoon in 1894 Zaandam een kledingzaak met een grote bijbehorende woning en tuin koopt en daar met zijn vrouw Jo
gaat wonen.
Zij zijn dan beiden 57 jaar oud.

                                                                           naamzuideta

Deze foto van het pand: 'Westzijde 61 - wijk G' in Purmerend is   gemaakt in het najaar van 1894.
De foto zal gemaakt zijn als huwelijkscadeau voor Nette en Matthé.
Dit is een afdruk van de originele foto op karton -


huweljk
getuigen op de bruiloft voor de bruidegom: Willem en Herman, oudere ongehuwde broers
                                                                      bruid: Bernard Kok, oom / Reijer Vorst, onderwijzer        


Als Matthé en Nette een half jaar later in Purmerend trouwen heeft
haar vader zijn herberg en alles erbij al verkocht en heeft zijn vader een prachtige zaak (met overgenomen clientèle van vorige eigenaar) al draaiende en zijn moeder het woonhuis (met bedienden) al volledig op orde.
Als op 24 december 1895 het eerste kleinkind, Jo, wordt geboren, lijken alle gevaren bezworen en een gouden toekomst weggelegd.
In de loop van het komende jaar zullen de grootouders weer naar Amsterdam vertrekken waar hun oudste zoon Willem bijna twee jaar de zaken heeft waar genomen met hulp van zijn zus Marie en andere trouwe medewerkers.
Het lijkt goed te gaan. De volgende dochter, Tecla, wordt geboren en dan de eerste stamhouder Antoon.
Maar dan komt er toch naar buiten dat het helemaal niet goed is gegaan. Matthé is blijven drinken, heeft de zaak laten verlopen en zijn zwakke vrouw Nette is niet opgevoed om zelf iets in het huishouden te kunnen en geld heeft ze zelfs nog nooit in haar handen gehad.

In haar wereld doen de mannen de zaken en de vrouwen bestieren het huishouden en de bedienden.
Rekeningen komen bij de man terecht. En haar echtgenoot en heer des huizes afvallen zal nooit in haar hoofd zijn opgekomen.
Uit de papieren is op te maken dat hij in 1901 voor de tweede keer failliet wordt verklaard. In mei 1902 verhuist het gezin - met vier kinderen - naar de Gedemptegracht 99 in Zaandam.
Maar het lukt Matthé om toch weer geld te krijgen en al in november van dit zelfde jaar wordt een nieuwe zaak geopend en verhuist het gezin er heen, naar de Zuiddijk. De opening komt met foto in de krant.



Met de hedendaagse technieken kunnen de details van de foto
uitvergroot worden.

Op de foto staat:
A'dam 22/10 '01. Schrijf spoedig: Nieuwsgierig: Leidschegracht 72.
G.H. Willem.           Gegroet van Ida en mij aan allen.
                                                                   geplakt met gompoeder

winkelbaasnieuwpersoneelonder

De naam op de etalage is door gekrast
Zijn oudste broer Willem is dan 38 jaar en ongehuwd.Hij heeft deze kaart geschreven. Hij zal zes jaar later met Riek van Emmerik huwen. Wie is Ida...?
En er staan  (ongebruikelijk) twee eigenaars in de winkeldeur

Deze foto zat in het 'Godefrooij album' dat zowel in het bezit was van Sjaan (dochter van Jo) als van Suze (jongste zusje van Jo,
mijn moeder). Met deze foto zijn hele generaties opgegroeid. Dit was de foto van de grootvader, die zo knap, charmant en rijk was,
de grootvader, die tailleur was geweest, een soort modekoning. Op de etalageruit zou met zwierige letters M. Godefrooij staan.
De opstelling is klassiek: de eigenaar van de winkel in de deuropening en het personeel voor de winkel, een foto voor de krant bij
de opening van een nieuwe belangrijke zaak. Hij had een prachtige zaak, maar hij was kapot geconcurreerd door de textielindustrie
en de warenhuizen. Als hij iets in de etalage had werd hetzelfde bij hen altijd goedkoper geplaatst. Mijn grootvader was daaraan
 kapot gegaan en het had tot zijn vroege dood geleid. De foto was onduidelijk, het onderschrift niet te lezen, maar mijn tantes

(en mijn moeder, die haar vader niet gekend had, maar wel met dit verhaal was opgegroeid) waren zeer zeker over het trieste
verhaal van deze man, die - net 45 jaar geworden -  moe gestreden op straat in elkaar zakt en sterft.
Hij laat een vrouw en negen kinderen achter. Hoewel er geen cent meer is, is hij er in geslaagd om geen schulden achter te laten.
En dat was zo geweldig knap geweest ....

Na zijn dood was h
et bittere armoede, maar dat zou gekomen zijn omdat mijn grootmoeder niet met geld kon omgaan.
Er werd nooit over zijn broers en zusters gesproken. Dat de warenhuizen pas zijn gekomen toen hij al dood was.Tja..

Het lukt het hem voor de derde keer om de mensen om hem heen ervan te overtuigen hem weer geld te geven voor een nieuwe zaak.
Misschien is hij inmiddels opgenomen geweest, misschien is het hem gelukt om maanden droog te staan.
Maar de intelligentie, de charme, de arrogantie, de aantrekkingskracht samen met de verslaving en de  manische depressiviteit en vooral de overtuigingskracht blijf je in dit geslacht generatie na generatie terug zien komen.

faillietIn 1905 wordt hij voor de derde maal failliet verklaard.

Zijn oudere broers zijn dan nog immer ongetrouwd. Willem runt de zaken van de familie en Herman werkt als griffier bij het Gerechtshof.
Zijn oudere zuster Marie is echter in 1900 op 34-jarige leeftijd gehuwd met de 10 jaar jongere Louis Standenmeijer, eigenaar van een confectiefabriek
Dat zou een goede voedingsbodem geweest kunnen zijn van het verhaal over de concurrentie.

Haar vader is al in 1898 overleden en zijn vader overlijdt in december 1905.

Het
lijkt erop dat er in beide families is besloten dat hij het nu maar verder zelf moet uitzoeken. Ze verhuizen nog drie keer binnen Zaandam
en vertrekken in 1909 met zeven kinderen naar Jutphaas. Ook daar lukt het niet en in 1909 komen ze in Utrecht terecht.
Daar komen ze - niet toevallig - te wonen in de Vogelenbuurt: Kwartelstraat 41 bis.
Hier wordt in 1911 nog een zoon geboren en in 1914 het negende kind een dochter, mijn moeder. Dit kind wordt in het ziekenhuis geboren. kwartelIn die tijd was dit nog zeer ongebruikelijk. Zij was de eerste baby, die in het St. Anthoniusziekenhuis geboren werd.
In 1911 is de oudste dochter voorgoed weg gestuurd. De rest van het gezin woont in dit kleine bovenhuisjein de Kwartelstraat
Op 18 december 1915 wordt Matthé dood op straat gevonden.


Zowel Matthé als Nette komen uit een oud en  goed en zeer katholiek geslacht.  Dat is bekend in de kerk.

En zo'n keurige hulpeloze dame van stand zal dus geholpen worden. Er wordt gezorgd voor een uitvaartmis, een
begrafenis en de koster zorgt voor een  bidprentje. Daaruit blijkt dat hij een zondig leven leidde en dat hij ook
geen sacramenten der stervenden heeft ontvangen. Hij moet dus al koud geweest zijn toen ze hem vonden.
Iedereen wordt dus opgeroepen om voor hem te bidden en aflaten voor hem te
 verwerven, want iedere keer dat
dit gebed gelezen wordt scheelt hem 100 dagen in het vagevuur.

Hieruit blijkt dat hij wel zijn katholieke plichten is blijven vervullen anders zou  hij in de hel zijn i.p.v. in het vagevuu
r.

bid 

Bid voor de Ziel van Zaliger
Matthias Godefrooij
Echtgenoot van
Antonetta Maria Rijkenberg
Geboren te Amsterdam 6 aug.1870
en overleden te Utrecht 17 Dec. 1915
begraven 21 Dec op het RK Kerkhof
aldaar

Laat ons bidden.
O God, Schepper en Verlosser  aller
geloovigen schenk aan de ziel van Uwen.dienaar
Matthias de vergiffenis van alle zijne zonden,
opdat de kwijtschelding door onze
godvruchtige smeekingen mogen te
verwerven. Door Chr. onzen Heer. Amen
Mijn Jezus barmartigheid
Mijn Jezus barmhartigheid
(100 dagen aflaat)
Genadige Jezus geef hem de eeuwige rust
-------------------------------------------------------
C. Raven Koster St Josephkerk

 

Door navraag bij de nakomelingen van zijn broers en zusters is gebleken dat iedereen in de familie - behalve zijn eigen gezin - wist dat hun grootouders een broer hadden gehad,
die alcoholist was en jong was gestorven nadat hij
het  familiekapitaal en het kapitaal van zijn echtgenote op had gemaakt.
Hij was duidelijk hét zwarte schaap in de familie waar alleen besmuikt over gesproken

Het vervolg hiervan is te lezen bij de Vogelenbuurt