tecla
 

kroniekrooms
alle
rooms
beroepen
Sjamaar
Godefrooij
Rijkenberg
Schuling
contact


terug

Tecla Johanna Godefrooij werd op 1 maart 1897 geboren in Zaandam als tweede dochter van Nette Rijkenberg en Matthé Godefrooij.
Zij wordt gedoopt in de St. Barbarakerk in Zaandam.en haar peetouders  zijn haar tante Anna Godefrooij - * 1873 en haar oom Herman Rijkenberg - * 1880

Beide ouders komen uit welgestelde traditioneel katholieke families. Haar vader heeft een modezaak. Ze wonen in het grote huis bij die zaak.
Als ze 8 jaar is gaat haar vader voor de derde maal failliet en heeft de familie, van beide kanten, de handen van dit gezin  afgetrokken.
Het gezin heeft geen bedienden meer, verhuist naar steeds mindere onderkomens en om het jaar komt er een broertje of zusje bij.                    
tg
Uiteindelijk zijn ze zelfs genoodzaakt om de Zaanstreek te verlaten.     

Ze is 12 jaar als ze naar Utrecht verhuizen en 13 als haar oudste zusje naar een 'verbeteringsgesticht' wordt gestuurd.
In die tijd krijgt ze de zorg voor het hele gezin op haar schouders. Haar vader heeft af en toe een baantje in een confectiefabriek of als knecht,
maar dat is altijd tijdelijk en wel omdat deze arrogante, heerszuchtige en verwende man een zware alcoholist is. 
Haar moeder, zwak van gezondheid, nooit geleerd om huishoudelijk werk te doen, nooit geleerd om met geld om te gaan, zeer gelovig en
om het jaar zwanger, heeft geleerd om de ogen te sluiten voor de zwakheden van mannen...

Als haar vader sterft is ze 18 jaar en zijn er in totaal 9 kinderen waarvan de oudste al uit huis is en de jongste (mijn moeder) nog geen anderhalf jaar.

Hoewel er uit meerdere feiten valt te concluderen dat zowel de kerk als wederzijdse families na zijn dood wel zoveel gaan bijspringen
dat de stand nog net opgehouden kon  worden en dat ze dat daarvoor niet konden, want ook zij zullen ervaren hebben dat een
alcoholist niet met geld geholpen kan worden, hebben de oudste kinderen en de moeder deze vader als een heilige herdacht
en bewonderd.
Mijn moeder, die hem zelf dus niet gekend heeft, wist met veel overtuiging te vertellen dat hij zo'n goede vakman was geweest, een
prachtige zaak had gehad, maar kapot geconcurreerd was door de   opkomst van de warenhuizen en de confectie-industrie.
Zijn dochters zouden ook nooit iets in warenhuizen kopen. Als mijn moeder één keer per jaar (na de kinderbijslag)

naar C en A ging wisten we  dat we dit nooit aan één van de tantes mochten vertellen. Dat was verraad aan die 'heilige vader'.

Ze moet daarna nog vier jaar voor haar moeder en de zeven kinderen onder haar zorgen.
In die jaren wordt de oudste zoon in een inrichting opgenomen, haalt de volgende dochter het diploma van coupeuse terwijl ze de kost verdient, evenals een broer,
die op een kantoor gaat werken. De volgende broer gaat naar het seminarie om pater te worden.

tgEerwaarde Zuster Hélène

Als ze 22 is (in die tijd is een meisje van die leeftijd al getrouwd of in het klooster - anders begint ze nu een oude vrijster te worden.gaat ze  in het klooster.
In het perspectief van die tijd gezien lijkt dit de beste keus, die ze kon maken. Als ze een echtgenoot wil, die bij haar
  past, heeft ze op de huwelijksmarkt.geen enkele kans meer.  tg

Op 30 juli 1919 treedt ze in bij de Kleine Zusters van de H. Joseph. In het Moederhuis in Heerlen is ze eerst postulante en daarna novice. En op 3 februari 1921 legt ze haar tijdelijke geloften af en wordt ze 'gekleed'.
Deze congregatie is actief in de gezondheidszorg. Ze hoeft dus geen bruidsschat mee te brengen, want de zusters verdienen hun eigen salaris, dat naar het klooster gaat. Ze krijgt een opleiding tot verpleegster en in het Majellaziekenhuis in Bussum maakt ze daarna een flitsende carrière. Als snel is  ze zowel hoofd van de operatiekamer en hoofd van de opleiding


afscheidsfoto van de wereld                                                                                                           professie of inkleding

tgtg                                                                                                                                                                        leslokaal in Majellaziekenhuis

Als verpleegster zal ze op de hoogste posten worden ingezet. Ze kan goed organiseren én les geven. Ze wordt gerespecteerd, maar ze is ook iemand waar  men bang voor is.
Ze is zeer streng en onverbiddelijk.En ze heeft naast haar spijkerhard geloof ook de arrogantie van haar vader mee gekregen.

In 1927 legt ze haar Eeuwige Geloften af. Dit betekent dat ze daar erg lang mee heeft gewacht. Meestal zit er drie jaar tussen tijdelijke en eeuwige geloften. 
Wat zou ze moeilijk gevonden hebben→ armoede, kuisheid of gehoorzaamheid?

Als haar jongste zusje Suze op haar veertiende haar eigen brood moet gaan verdienen is dit een groot probleem, want in een
dienstje' gaan kan men zich vanuit hun standsbewustzijn niet eens bedenken en voor het studeren van een meisje zal geen
kerkelijke instelling en geen familielid bij springen. De oplossing wordt dat ze onder de hoede van haar zuster komt en dat ze
voor
haar kamertje, voeding en onderhoud (als ze bijv. nieuwe kousen o.i.d. nodig heeft kan ze bij haar zuster terecht) op de
kinderafdeling mag gaan werken. Ze mag geen contact hebben met de 'werkmeisjes', want ze staat boven ze.
Ze doet wel hetzelfde werk, maar daarnaast mag ze ook als verpleeghulp werken en zelfs nachtdiensten draaien.

Eind jaren '30 wordt Zr. Hélène overgeplaatst naar Purmerend. Het St. Liduina ziekenhuis aan de Emmakade was nog een mengeling van het oude Gast en Proveniershuis en het nieuwe ziekenhuis
waarvoor de gemeente de kleine Zusters van de H. Joseph had gevraagd om dit te gaan leiden. En Zr. Hélène was zeker een leiden figuur en een uitstekend en toegewijd verpleegster.

En toen kon ze haar moeder dus terug halen naar haar geboorteplaats en onderdak en verzorging geven in het voormalige gasthuis.
Mijn oma is de laatste jaren van haar leven eindelijk weer 'thuis' geweest, in contact met en gerespecteerd door haar dierbaren. Ze is daar in 1944 gestorven.

Toen ik een kleine drie maanden later ondervoed geboren werd en er naast geen voeding ook geen luiers, geen kleding, geen...
helemaal niets was hebben oma's kleren en vooral haar ondergoed me de noodzakelijke omhulling en warmte gegeven.

    

25 jaar Professie
1moederhuis2
Zr.Hélène met priesterbroer en neven                                                 huis van de Congregatie in Heerlen                                                                                            Suze Tecla Co

Na de oorlog werd ze terug gehaald naar Heerlen. Het St. Josephziekenhuis maakte een enorme groei door en was hét grote mijnenziekenhuis van Limburg.
Met haar meer dan 25 jaar ervaring en haar kennis zal ze daar nog zo'n 30 jaar meerdere functies bekleden.

Ze zal vooral bekend worden met haar verplegers (werd heel boos als de jongens 'broeders' werden genoemd) opleiding. Dit was heel vernieuwend en uniek in de wereld van de katholieke verpleging.
Er waren wel enkele ziekenhuizen waar broeders werkten - zoals  het Johannes de Deo op de Mariaplaats in Utrecht, een mannenziekenhuis van de hospitaalbroeders van St. Johannes de Deo - maar dat waren altijd kloosterlingen. Jongens, die in de verpleging wilden gingen in de psychiatrie werken, haalden dus hun B-diploma en een enkeling slaagde erin om daarna in een gewoon ziekenhuis bij te mogen leren voor een A-diploma.
Maar zelfs dan bleven hun werkzaamheden beperkt tot de mannenafdelingen.

In mijn eigen opleidingsziekenhuis,in de  jaren '60, waren twee broeders, die naast hun werk op de mannenafdeling
ook geroepen werden
als er op een andere afdeling een mannelijke patiënt   gekatheteriseerd of geschoren moest worden.

Dit was dus de eerste opleiding waar jongens voor het A-diploma opgeleid werden en wel in een groot bekend ziekenhuis waar ook verpleegsters opgeleid werden.
De jongens hadden een eigen gang met kamers en leslokalen in het ziekenhuis. an>
Zr. Hélène vocht voor hen als een tijger voor haar jongen. Ze was uitermate streng wat hun prestaties betrof, zowel theoretisch als praktisch.
Maar het feit dat ze dol op haar waren zal er ook mee te maken hebben gehad dat ze geen idee had wat ze in hun vrije tijd uit spookten.


Wetend dat 'trots' en 'hechten aan iets of iemand' tegen de kloosterregels was en dikwijls een reden voor overplaatsing en zij zichzelf zo onmisbaar gemaakt had voor het ziekenhuis dat ze openlijk naast haar schoenen liep van trots heeft haar zeker niet geliefd gemaakt bij haar medezusters. Ook het feit dat ze neer keek op mensen met minder intellect was duidelijk.
Tijdens de recreatie handwerkten de meeste zusters, zij deed dat niet. Eén keer per jaar mochten alle zusters daar iets van uitzoeken als cadeau voor de familie.

Mijn moeder had zulke prachtige geborduurde tafellakens
en ik nu nog steeds betreur hoe nonchalant ze daar mee omsprong.

Ze zaten onder de vlekken en ik weet niet waar ze uiteindelijk gebleven zijn.

In 1969 kwam er een nieuw ziekenhuis, het De Weverziekenhuis (zal later opgaan in het Atrium Medisch centrum), en dit is ook het einde van de kloosterlingen in het ziekenhuis. Zr. Hélène, 72 jaar, moet van haar welverdiende rust gaan genieten. Daar is ze het niet mee eens en dat zal iedereen weten.nieuw
Er is één klein lichtpuntje: de zusters krijgen nieuwe kleding en iedereen kan en moet nu weten dat ze nog steeds haar prachtige donkgedenkere haar
heeft. Hier zal ze tot haar dood over doorzeuren, net als haar zusters Co en Suze dat zullen doen.
Alle Godefrooij meiden zijn buitensporig trots op hun (jeugdig) uiterlijk, dat ze geen grijze haren krijgen, dat ze
nog hun eigen gebit hebben...
Haar laatste jaren zijn zeer moeizaam, zowel voor haarzelf als voor haar omgeving. Ze kan niet verkroppen dat ze
weggestopt wordt tussen de 'gewone oude' zusters, eerst in Schinnen 'op de Berg' later in Meerssen in
'Beukeloord". Ze blijft altijd op haar kamer en als ze al wil praten gaat dit alleen maar over haar carrière en wat ze
allemaal voor de voor de verplegers had bereikt.
In november 1981 - als ze bijna 86 jaar is - nog altijd helder van geest en onafhankelijk in haar eigen verzorging - krijgt ze eindelijk waar ze al 15 jaar om vraagt: ze mag naar de ouderenafdeling in haar geliefde moederhuis in Heerlen.

gedenkbord 60 jaar professie 

uit haar necrologie:

.....Daar heeft zij nog ruim drie maanden echt genoten; zij leefde zelfs helemaal weer op. Men kon haar op de gang tegenkomen
en zij ging nog gezellig koffie drinken op de recreatieruimte van de afdeling, samen met de andere Zusters.
Van haar kamer en vooral van de huisradio waardoor zij alles kon volgen van de kapel en de grote recreatiezaal, heeft zij naar eigen zeggen heerlijk genoten.

Dat zij toch nog zo plotseling van ons zou heengaan, heeft niemand kunnen denken, ook zij zelf niet.
Zij is slechts veertien dagen in bed geweest.
Moge zij nu de vreugde en vrede vinden bij God en Zijn lieve Moeder Maria.
En moge zij voor ons een voorspreekster zijn in de hemel.
                                                                                                                                                                Zusters 'Beukeloord',

bidtgrafbid


Tante Nonneke                         st  Josephziekenhuis                                   Zuster Gertrudia

Hoewel het totaal niet bij haar uitstraling paste was Zuster Hélène voor haar nichtjes en neefjes 'Tante Nonneke'. Van de weinige flitsen, die ik nog uit mijn jeugd heb zijn die van Tante Nonneke, maar vooral van het St. Josephziekenhuis het meest helder.
Het zal er zeker mee te maken hebben dat wij tot eind jaren '50 straatarm waren en er amper genoeg geld was om te eten. Toen ik de eerste keer naar tante Nonneke ging was ik nooit verder dan de Veldzichtstraat geweest. En later - na mijn zesde jaar wel - naar school, maar ook toen bleven de bezoeken aan kloosters ons enige uitje en dus een enorm hoogtepunt.
Mijn tante Nonneke was een belangrijke en invloedrijke non in een groot ziekenhuis. In die tijd waren de specialisaties nog over
Nederland verdeeld. Het St. Josephziekenhuis was gespecialiseerd in longziekten en Utrecht had een ooglijdersgasthuis.
Wij woonden daar vlakbij. Als er een patiënt uit Heerlen naar dat ooglijdersgasthuis moest regelde tante Nonneke dat de ziekenauto
 - die dan toch leeg terug moest - ons kwam ophalen en dan mochten we daar drie dagen blijven. In onze straat had nog niemand een
auto en daar kwam dan een ambulance voorrijden. Broertjes mochten om beurten naast de chauffeur. Ik zie nog dat we een tijd bij een
spoorwegovergang hadden gewacht. Toen ze open gingen zette de chauffeur de sirene aan en reed langs die hele file heen. De
gordijntjes waren open en de ziekenzuster had onze jongste, een slapende baby, in haar armen. Het geluk..., het lachen...
Was het omdat mijn tante zo belangrijk was, dat ze te vriend gehouden moesten worden? Was het (toen nog zeer nabije) verleden van mijn vader in die hoek van het land nog niet bekend?
Was het zo duidelijk dat wij kinderen waren, die letterlijk en figuurlijk op een minimum in leven bleven? Dat vroeg ik me toen nog niet af, maar ik 'wist' wel dat iedereen zo aardig was,
dat er in de gastenkamer een klein stoeltje stond waar ik precies in paste en dat alleen voor mij was, dat ik limonade kreeg en iedere dag vlees en pudding, dat ik mocht zeggen als ik
iets niet lustte en dan wat anders kreeg.
zeep
Ik herinner me de eerste keer dat we Zuster Gertrudia, de gasten zuster, hebben ontmoet:
Mijn vader droeg mijn nieuwe zusje in een rieten reiswieg met een mica ruitje - die moet geleend zijn geweest - dus ik was bijna vier jaar.
We gingen naar een toiletruimte met wastafels waar van die grote glazen bollen met groene zeep naast hingen en die je zo leuk kon draaien als je op je tenen ging staan. Opeens was daar een harde stem en zagen we mollige zuster, die riep dat we veel te veel lawaai maakten en dat we in een ziekenhuis waren.
Maar ze lachte erbij en dirigeerde ons met veel woorden en gebaren naar de eetzaal voor de gasten waar - alleen voor ons - een prachtige gedekte tafel stond waarop zoveel heerlijke dingen (waarvan we er veel nog nooit gezien hadden), dat de hele club er stil van werd.
bad
En de verrassingen hielden nooit op. Ik herinner me dat een zuster me mee nam en dat en mij in zo'n enorm groot ziekenhuisbad deed.
Met warm water. Ik was nooit eerder in bad geweest..., ik sliep in een hoog ziekenhuisbedje met spijlen en de deur van de andere kamer
mocht op een kier, zodat ik licht zag en stemmen hoorde... Ik mocht in een hele grote keuken op de aanrecht zitten terwijl een zuster
koekjes.bakte en ik een warm koekje kreeg... ik verdwaalde in het ziekenhuis en toen ze me vroegen bij wie ik op bezoek was zei ik: 'tante Nonneke' en daar moesten ze om lachen...
nette  

Toen ik groter werd waren vooral de kelder van het ziekenhuis interessant. Daar waren alle afdelingen, die het ziekenhuis draaiende hielden en iedereen vond het leuk als je even kwam kijken en meestal mocht je helpen. Ik bracht hele dagen door op de verbandkamer, de kamer waar de zusters alle verbanden, windsels, lappen, die gewassen waren streken en weer oprolden of in een andere vorm opruimden. Het was er warm, vol en ze vonden het heerlijk als ik kwam helpen en lieten luid en duidelijk weten hoe goed ik verbandrolletjes kon maken - alsof ze zo uit de fabriek kwamen.

En toen ik 14 was mocht ik als vakantiehulp komen werken - 4 weken - de eerste dag fietste ik van Utrecht naar Heerlen en de laatste dag weer terug -
Ik kreeg een kam
er in het ziekenhuis en at bij Zuster Gertrudia. Aan het eind van de maand kreeg ik f.25,- loon.
Zuster Gertrudia was het prototype van een goedige bazige mopperaar met een heel klein hartje.
Mijn broers kregen de leeftijd dat ze in de vakanties gingen fietsen of voettochten maken (lees liften) en als ze dan bijna zonder geld zaten gingen
ze naar Heerlen. Kochten van hun laatste centen twee bosjes bloemen, een voor tante en een voor Zuster Gertrudia .
Beide bosjes werden direct naar de kapel gebracht voor Maria. Bij tante was het iets dat hoorde. Zuster Gertrudia liep over van echte dankbaarheidsansen vervolgens moesten de jongens weten hoe het met de sanseveria's ging en liepen met Zr. Gertrudia langs alle gastenkamers, altijd even keurig
verzorgd, tafellakens, gehaakte kleedjes en alle vensterbanken vol sanseveria's, de trots van Zuster Gertrudia. En die werden dus bewonderd.
En dan volgden er dagen met meer dan overvloedige maaltijden waar alle partijen intens van genoten, bijv. twee broers en een zusje zitten aan een rijkelijk voorziene broodmaaltijd
 en dan komt zuster Gertrudia binnen met een schaal vol grote gehaktballen met heerlijke jus, want "ik dacht dat iets warms erbij wel lekker zou zijn". Binnen de kortste tijd is de schaal leeg op één bal na. Ze komt weer binnen en wordt 'boos': "ik weet dat jullie goed opgevoed zijn, maar wanneer leren jullie nu dat dit voor mij niet hoeft.
"Eet ook die laatste bal op"
.

Terug kijkend waren dit waarschijnlijk zulke heerlijke momenten, omdat Zuster Gertrudia goedheid uit straalde, ook als ze 'mopperde' of misschien juist dan wel.

Zr. Hélène en mijn moeder en hun andere zusters straalden altijd streng en boos uit. Ik heb mezelf altijd voor gehouden dat ik naar Heerlen ging omdat het fijn was.
Maar ik was er toen natuurlijk al zo aan gewend om te doen alsof dat ik dat niet eens meer merkte. Ik mocht ook geen tante Nonneke meer zeggen en ze pronkte overal met me dat ik uit zo'n goed degelijk katholiek gezin kwam, zo intelligent was. Na het avondeten kwam ze altijd op mijn kamer en moest ik vertellen wat ik de hele dag had gedaan (vnl. soppen en de kinderen voorlezen) en gaf ze me les in verpleegkunde.

Ik herinner me twee maal dat ik haar woede had opgewekt: de eerste maal dat ze na twee dagen vroeg of ik mijn moeder al had laten weten dat ik veilig was aangekomen - ik had daar niet eens aan gedacht. Ik moest direct een brief schrijven en die de volgende dag met de expressepost gaan versturen.
Toen ik thuis kwam was er een woedende moeder dat ik geld verspild had aan een onnodige brief. "Als je niet veilig was aangekomen had ik dat heus wel gehoord".
De tweede keer had ik een dagje mee gemogen met een verpleegster, die een paar vrije dagen op de boerderij van haar ouders ging doorbrengen. Die avond fietste ik dezelfde weg terug als we 's morgens samen heen waren gefietst. Het was hoog zomer, een heerlijke avond. Toen ik in het ziekenhuis de deur naar mijn kamer opende verrees daar een woedende razende furie: hoe ik durfde om zo laat en in de schemer thuis te komen. Wat zou ze mijn moeder moeten vertellen dat ik dat gedaan had.
Wat was ik bang, maar - nu denk ik - omdat ik niet eens begreep waarom ik zo ontzettend slecht was. Het kon thuis niemand iets schelen waar ik was en hoe laat, zolang ik maar een goed rapport en mijn taken in het huishouden deed. Nog niet zo lang daarvoor had ik midden in de nacht pas in de straat gemerkt mijn sleutel kwijt te zijn, het was heel koud, dus toch maar aan bellen en dan een vader in een lange onderbroek, die boos is omdat je belt: "je had je moeder wel wakker kunnen maken".


paspas ziekenhuisbibliotheek      kinderkinderafdeling 1960