het![]() |
1950
Carol Vismans - Jan
Standenmeijer - Theo Vismans.
Anton Godefrooij - Carol Standenmeijer - Marinus Godefrooij - Herman
Verstijnen
Enkele priesters uit mijn familie
|
En dan het
enorme verschil tussen een pater (= priester) en een broeder (= kloosterling, die minder gestudeerd heeft schokkend! |
| Katholieke kinderen kregen prentjes als
beloning, dus bij een goed rapport of als je een maand geen enkel dag de schoolmis hebt overgeslagen of een mooi opstel... Ook kreegje die prentjes als aandenken bij hoogtijdagen, zoals je Eerste Communie, het aannemen, het vormsel ... Je bewaarde ze in je missaal (= kerkboek). Ze betekenden zoveel voor je. Degen, die ik nog steeds heb zijn over deze bladzijde verspreid |
De "Beeldenstorm" vond
plaats tussen augustus en oktober 1566 en is nog het altijd het symbool van
de ommekeer in het denken van het 'gewone' volk.
Zij wilden af van de macht, de heerszucht, het regenteske en vooral de
rijkdom van de Katholieke Kerk en haar vertegenwoordigers.
In het Rooms Katholieke onderwijs van de jaren rond 1950 werd hier veel
aandacht aan besteed, maar dan in de zin dat in die tijd veel mensen van het
Ware Geloof waren af gedwaald en hoe de mensen, die hun geloof
behielden waren gemarteld en voor hun geloof gestorven.
(ik herinner me nog dat ik niet kon slapen omdat ik de beelden van de
martelaren van Gorcum uit het geschiedenisboek niet kwijt kon raken).
Toen ik me ging realiseren dat die
Beeldenstorm maar een paar maanden door het land had gewoed en
vooral triest was
omdat het
zoveel prachtige kunstschatten heeft gekost, maar dat er maar
weinig gewonden en doden bij deze revolutie
zijn gevallen.Maar
ook dat ik me realiseerde dat de Katholieke Kerk inderdaad een
religie is, die op macht, pracht en praal,
conservatisme,rijkdom en 'zwijgen' is gestoeld, kon ik niet anders dan dit
instituut vaarwel zeggen.
Maar daarmee ben ik ook veel kwijt geraakt: nl. alle rituelen,
die zoveel rust, vrede en harmonie in jezelf konden brengen.
Maar vooral de veiligheid dat er één gemeenschap was waar je erbij
mocht horen, waarin je op kon gaan in de anonieme
massa,waarin je mee mocht zingen in een taal waar je niets van
begreep, maar je stem ging zo verloren in de massa dat je er
niet uit werdgepikt als je vals zong.
De enige plek waar je mocht zijn, die
je was en waar je niet iets of iemand anders moest worden,
de plek waar je je iedere
zaterdag na de biecht een paar uur
zonder schaamte en schuld kon zijn.
Met de kerk - - 'kerk' = niet 'geloof' - - ben ik de
enige veilige plek in dit aardse leven kwijt geraakt.
Jaren later heeft Jikke, mijn hond me dit weer terug gegeven.
Het eerste levende wezen dat mij onvoorwaardelijk lief had,
vertrouwde en respecteerde
en andersom.
Pas na zijn dood heb ik dit begrepen en ook waarom mensen zich zo
vastklampen aan het instituut kerk,
dat een "levende God"zou vertegenwoordigen. Helaas kan ik dat niet
meer.
Bij de "Alteratie" (1617), de
politieke omwenteling - waarbij de Nederlanden als "Bataafse Republiek" werd
- werd de Nederlands Hervormde Kerk officieel de Staatskerk.
De Rooms katholieke leer was toen al bijna 50 jaar verboden en 'Roomsen'
mochten dus o.a. geen openbare functies vervullen en geen lid van
ambachtsgilden zijn.
Maar hoewel er tot voor kort alleen maar werd gesproken over Lijden en
Onderdrukking van deze groep blijkt dat in de praktijk nogal is mee
gevallen.
De minderheid, die katholiek bleef, was wel de rijke minderheid en het
personeel dat van hen afhankelijk was.
Want alleen de rijke en daardoor machtige minderheid kon het zich
veroorloven om niet afhankelijk te zijn van banen in de magistratuur, van
het toe gelaten worden tot een gilde. Alleen rijke mensen konden zelf een kerk stichten en deze én de priester
onderhouden.
|
De historicus Dudok van Heel meent dat het cliché van de onderdrukte
katholieke minderheid een mythe is van de 19-eeuwse katholieke emancipatiebeweging. En als ik dan de geschiedenis van de katholieke gemeenschap in Amersfoort, Purmerend en vele andere steden door neem zie ik dat hij gelijk heeft. |
In 1796 was
officieel een einde gemaakt aan de bevoorrechte positie
van de ‘gereformeerde’ (hervormde) kerk. Dit betekende
dat deandere religies in de openbaarheid konden treden. In dat
jaar kregen ook de joden volledige burgerrechten. Het
was een tijd vanverbrokkeling en afsplitsingen binnen de
protestantse
kerk.
En er ontstond een grote katholieke
emancipatiebeweging.
Ook de katholieke gemeenschap in Purmerend nam daar
actief deel aan zoals o.a. blijkt uit het nagelaten stuk
van Jacob Sicking.
Hij beschrijft hoe de katholieke families onderling
trouwen en hoe er dus een machtige gemeenschap ontstaat
van rijke en beter
gesitueerde middenstanders ontstaat.
Hij vertelt ook dat zijn oma zich actief met de
Katholieke emancipatie bezig hield.
De vrijheid van
godsdienst in de Franse tijd maakte het besef los, dat men
rechten had op de kerkgebouwen, dorpsfinanciën en
armengelden, die voorheen voor de katholieke eredienst gebruikt werden.
Wat de kerken
betreft: teruggave van - of minstens een financiële regeling
voor - de kerkelijke goederen werd
in de Franse tijd en ten tijde van koning Willem I
gerealiseerd.
Vaak leidde dit tot de bouw van een nieuwe
kerk.
Ook andere uitingsvormen komen in deze tijd uitbundig tot
leven, zoals processies en kerkelijke kunst.
Maar typerend
voor de Nederlandse opleving van het
katholieke geloof werd de maatschappelijke rol van de
religieuze congregaties. In veel steden en dorpen werd het
katholieke onderwijs van bewaarschool tot
naaischool door de Zusters bepaald en gegeven. Ook de
gezondheidszorg kwam op alle gebieden in handen van
congregaties. De mannelijk religieuzen komen wat later en dan met name in
het onderwijs.
In maart
1853 herstelde paus Pius IX de bisschoppelijke hiërarchie in
wat werd genoemd de "gebieden van Holland en Brabant". Voor
de bisdommen Utrecht,
Haarlem, 's-Hertogenbosch en Roermond ging het om een
'doorstart'. Alleen het bisdom Breda was nieuw.
De verzuiling van Nederland en de macht van de kerk op ieder
gebied van het dagelijks leven beleeft het hoogtepunt in de
jaren 1860 tot 1960.
Ik was erbij toen in 1953 "100 jaar Kromstaf" in het stadion
van Utrecht werd gevierd. Alle kinderen van Utrecht,
die net hun Eerste Communie hadden gedaan mochten nl. in hun
communiejurk komen. De herinnering, die ik er aan heb is een
stralend blauwe hemel waar zich heel veel witgele wimpels en
banieren aftekenen en wondermooie muziek waarin ik verdronk.
Op déze bladzijden zult u de Rijke Roomsche Geschiedenis
zien vanuit het dagelijks leven van mijn voorouders tot en
met het gezin
waarin ik opgroeide.
Want dat de katholieken van boven de rivieren roomser dan de
Paus waren is niet zomaar een cliché geworden. Ze waren dat
ook.
En ze waren ook zeer zelfverzekerd, regentesk en arrogant.
Zij waren immers trouw gebleven aan dat ene Ware geloof.
Zij kwamen alle wetten, plichten, verboden van deze kerk
tot op de letter na. Zij stonden ver boven die lichtzinnige
katholieken uit het Zuiden, die altijd de kantjes er af
liepen en de mazen van de katholieke wetten te vinden
Alle families in deze kronieken,
die van mijn vier grootouders, maar ook de families, die
zijn aangetrouwd, in welke generatie dan
ook waren tot in de jaren
'60 van de 20e eeuw diep gelovig.
Zij gingen ook niet om met niet-gelovigen, dus hun geloof
kwam ook nooit in gevaar.
Het mag dus geen wonder heten dat ook mijn ouders Roomser dan Rooms
waren en dat ons hele maatschappelijk leven zich in Roomse
kringen af speelde.
Ook de mannen en de vrouwenrollen lagen vast. Er was een
grote Mariaverering en bij haar huwelijk gaf de bruid legde
de bruid haar bruidsboeket bij het
Maria-altaar en offerde daarmee haar maagdelijkheid aan
Maria met de belofte om zoveel mogelijk kinderen te krijgen
ter ere van God.
Zij leverde dus veel in, maar kreeg daar ook veel voor terug.
Moeders stonden boven de wet, zij waren 'heilig', zij waren
'zwak'. Een katholieke man beloofde bij zijn huwelijk om
voor zijn vrouw te zorgen tot de dood
hen scheidde.
En bij veel mannen zag je dat ze dat zo
serieus namen dat ze het zelfs over de ruggen van hun
kinderen heen deden.

|
Waar ik mijn hele leven al tegen in opstand ben
gekomen en waar ik nog steeds mee worstel is de
massieve 'zwijgcultuur' in deze.gemeenschappen.In ieder gezin waren enorme doofpotten. En als je zonden je eenmaal vergeven waren ging alles daarin. Maar je kon en mocht zelf niet leren wat wel of geen zonden waren. Je hoorde volgens wetten te leven en niet naar een geweten. Het heeft me - zolang als ik heugen kan - verward. Het blijft ook onduidelijk wat het belangrijkste is: status of geld. Maar je kunt ook stellen stellen dat dit samen op gaat. |
Als een voorbeeld van de goede werken en dubbele moraal van
de katholieken een letterlijk overgenomen fragment uit het
boek: "Van Monnikenwerk naar Parochiekerk".
1896
- uit de notulen van de kerkvergadering
(genoemde heer Wubbe was getrouwd met een Rijkenberg, zoals
alle vermogende katholieke families in West Friesland
familie van elkaar waren):
… nadat de pastoor en het kerkbestuur de nodige
voorbereidingen hadden getroffen voor schoolgebouwen
en de onderkomens van de
zusters, werden
de zusters Ursulinen uitgenodigd een
bezoek te brengen aan Monnickendam. Na een volledige
inspectie verklaarden de
zusters dat zij hier wel wilden komen
om de scholen
te leiden en de weeskinderen te verzorgen.
Over het
weeshuis hadden zij enkele
aanmerkingen. De bovenste verdiepingen waar zich de
slaapplaatsen van de weeskinderen bevonden was te
donker en
te laag. Het zou te wensen zijn als deze verdieping verhoogd
werd en de trap er naar toe verbreed. De kosten
hiervoor bedroegen ongeveer f1.500,-.
De heren van her arm- en weeshuisbestuur waren
hierop tegen. Zij wilden niet bijdragen in de kosten
van deze verbouwing. Hierop maakte de pastoor
hen
duidelijk dat dan de kans bestond dat de zusters niet naar
Monnickendam zouden komen. En dat het te betreuren
zou zijn als door de weigering van een
voor het weeshuisbestuur zo kleine uitgaaf deze zaak, die van
groot belang was voor de parochie, niet door zou
gaan.
In de volgende vergadering van het armbestuur werden
de notulen, die de secretaris gemaakt had,
voorgelezen.
Pastoor Smeeman had daar aanmerkingen
op
en vond ze niet volledig.
Daarop pakte de pastoor
enkele papieren uit zijn binnenzak, waarop hij een
door hem zelf gemaakt verslag van de laatste
vergadering
had geschreven , en las dat luid en duidelijk voor.
De leden van het armbestuur moesten erkennen dat
deze notulen wel juist waren, maar zij vonden ze wel
wat
scherp gesteld.
Het verslag van de pastoor werd wel
als bijvoegsel bij de notulen gevoegd.
De pastoor stelde voor – nadat het weeshuisbestuur
besloten had de noodzakelijke verbouwing van het
bestaande pand uit de kas van het weeshuis te
bestrijden – tegelijk met de aanstaande
verbouwing
ook het dak van het weeshuis een meter te verhogen,
dan zou de bovenverdieping veranderd worden
in een ruime en luchtige slaapzaal en ziekenkamer
voor de weeskinderen en
alles een mooi geheel
worden. De extra kosten werden beraamd op circa
f1.500.,-.
De heren van het armbestuur gingen de
bovenverdieping bekijken en de heer Bloem verklaarde
dat de weeskinderen nog beter nog beter gehuisvest
waren dan zijn eigen kinderen.
Bovendien zei de heer Wubbe dat men het geld voor
die laatste verbouwing maar moest eisen van het
kerkbestuur. De pastoor antwoordde nog dat dit niet
juist was; dat het de taak was van het
weeshuisbestuur; dat deze verbouwing geheel in het
belang was van de weeskinderen; dat wellicht de
zusters niet naar
Monnickendam zouden komen; dat de goede zaak gevaar
zou lopen, enz.
Maar alles tevergeefs.
Daarop vroeg de pastoor aan
alle bestuursleden persoonlijk: als u in het
kerkbestuur zat, zou u dan toestemming geven?
Hierop zei Piet Huibers: “Ik zou geen toestemming
geven”.
Toen zei de pastoor om de zaak te redden:
“Laten we die verbouwing onder ons zelf betalen.
Iedereen en ook ik f.300,-. Dan komt alles tot
stand". Maar ook hierop was het antwoord: "Nee"!
Daarop zweeg de pastoor en verliet kort daarop de
vergadering.”
Alle bestuursleden waren het erover eens dat het zo
en niet anders had plaats gevonden.
Maar nu trok de pastoor
van leer. Hij maakte in niet mis te verstane
bewoordingen duidelijk dat de behandelingen van
weeskinderen veel te wensen over liet:
“De verpleging van de weeskinderen, zoals die nu bestaat, behoeft zowel naar
ziel als naar lichaam verandering.
Twee jaar geleden waren er al klachten over de
tegenwoordige weeshuismoeder.
De familie van de
kinderen ontdekte dat twee weeskinderen zo vervuild
waren, dat hun hele lichaam onder het ongedierte zat; dat
de weeskinderen ook midden in de zomer
in dikke
baaie kleren liepen; dat een jongen van 13 jaar en
drie meisjes, wel gescheiden, maar zonder toezicht boven
sliepen; dat een weesjongen van 14 jaar langs de
straat slenterde en geen
opvoeding genoot. En dit gebeurde allemaal onder verantwoording van
dit bestuur"
Dan
haalde de pastoor de wetsartikelen aan van het
bisschoppelijk reglement waarin vermeld staat: "Tot
armmeester zijn niet verkiesbaar de leveranciers,
die geregeld hun verkopen aan het huis".
Hierop
verklaarde de heer Wubbe zijn ontslag te nemen, als
reden aangevende dat zijn benoeming als armmeester
dan ongeldig was geweest.
Dit werd door de pastoor,
als commissaris van de bisschop, aangenomen en hij
zei daarbij dat in een volgende verenigde zitting
van kerk en armbestuur aan de heer Wubbe eervol
ontslag
zou verleend worden....