![]() |
Jaap
Rijkenberg - telg
uit het geslacht Rijkenberg - volgde niet de gebruikelijke voetsporen
van zijn geslacht.
Eerst
al niet in de grote goed lopende zaak bij zijn vader. Ongewoon voor een
oudste zoon.
Bij een schrijnwerker in de leer. Dit lijkt
een compromis.
Een eerbaar vak, maar de Rijkenbergen zijn
toch van de wat hogere en luxere middenstand.
En dan neemt
hij de herberg over.
En juist die herberg, die was al
eerder van een Rijkenberg, maar dan toch een van een standje lager.
Zeker in dat Rijke Roomsche Leven dat nu eindelijk erkend en in volle
bloei gaat komen en voor de
kerkmeesters, armmeesters en
wat al niet meer in die besturen zat wordt stand, een vlekkeloze
reputatie
en het ophouden van de stand en uiterlijke schijn
zijn van een nog groter belang.
Als herbergier en tapper stond hij letterlijk en figuurlijk midden in het centrum van deze gemeenschap.
Hoewel kindersterfte en sterfte in het kraambed in die tijd nog veel voor kwam was het in dit geval niet zo gewoon. Dit waren gegoede mensen, ze konden zich alle hulp, die nodig was, veroorloven. Ze waren goed gevoed. En.. de kinderen waren wel levensvatbaar en sommige van hen stierven pas op de lagere school leeftijd.
De kennis van nu kan meer inzicht geven:
Nette blijkt
lupus
te hebben. Dit is een auto-immuunziekte waarbij er o.a. ernstige
huidontstekingen ontstaan. Zij
zal haar verdere leven littekens ervan in haar gezicht hebben. Een zoon
van haar zal er jong aan sterven.
En
nog steeds zijn er klein- en achterkleinkinderen van haar met deze
ziekte.
Je zou dus kunnen stellen dat een
zwakte in het afweersysteem, het immuunsysteem, bij de kinderen van dit
echtpaar manifest wordt.
Op 13 februari 1895 trouwt hun dochter
Nette met Matthé Godefrooij uit Amsterdam. Zij gaan in
Zaandam wonen.
Hun zoon Herman is dan 15 jaar en gaat
in de leer bij een schoenmaker in Amsterdam.
Reijer Vorst
woont dan al jaren bij hen in. Toen hij
een baan als onderwijzer kreeg
is hij al kostganger bij hen
in de herberg.komen wonen.
Hij is vrijgezel en al snel
actief in het sociale en politieke leven van Purmerend.
En
uit alles blijkt dat hij al snel niet alleen kostganger meer is, maar
inwonend vriend.
En deze Reijer Vorst zit in het bestuur
van de
"Vooruitstrevende
Burgerkiesvereniging" in de Beemster.
In
1899 bemoeien goede 'fijne' katholieken bemoeiden zich niet met
politiek.
En er bestond ook nog geen katholieke
politieke partij.
Jaap heeft de herberg en alles erbij verkocht. de overeenkomsten voor de bruiloft zijn nagekomen en koopt in Beemster, aan de Zuiderweg, een huis. Jaap is dan bijna 60 en Tecla bijna 49 jaar. Reijer Vorst - 46 jaar, nog vrijgezel, gaat met hen mee. Ze verhuizen met z'n drieën naar de Purmerendseweg.


|

| Bid voor de ziel van Zaliger
Johanna Tecla Kok Wed. van Jb. Rijkenberg geboren te Weesp 27 Juli 1846, overleden te Purmerend, meermalen gesterkt door de H. Sacramenten der Stervenden 11 April 1911 en 15 April begraven op het R.K. Kerkhof aldaar. Lang en pijnlijk was haar lichaamslijden; zwaar de smartenschatting, die God aan haar harte vroeg; doch christelijk heldhaftig heeft zij den goddelijken lijder van Calvarië nagevolgd, in bewonderenswaardige overgeving haar Golgotha beklommen. Zijn genade heeft mij immer ondersteund en hoopvol heb ik den dood verwacht. Mijn kinderen! rusteloos ijverde uw Moeder voor uw welzijn; vergeet mijn lessen niet, houdt mijn voorbeeld voor oogen, opdat wij elkander wederzien bij God. Mijn God! zegen hen, die ik achterlaat; dat uw oneindige liefde hen omstrenge, die mij in de bange wederwaardigheden van mijn veel beproefd leven zoo trouw ter zijde stonden. Schenkt mij uw hartelijk gebed voor de rust mijner ziel. Mijn Jezus Barmhartigheid. R. I. P. ------------------------------------------------ J. M. Bleekemolen - Purmerend |
Advertenties uit de Purmerender Courant
De dankbetuiging uit Utrecht was ondertekend door het
echtpaar Godefrooij - Rijkenberg uit Utrecht (mijn grootouders).
1911
1919
In
deze zelfde krant, in dezelfde tijd zijn vele advertenties van deze
Rijkenbergen te lezen en ook nog meer van Reijer Vorst.
Maar
ook van de Rijkenbergen van de schoenen, van de Comestibles. Van de
Rijkenbergen gehuwd met Wubbe, met de Wolf.....
Des te opvallender dus dat deze Jaap,
deze Tecla en al helemaal Reijer Vorst uit het gemeenschappelijk
geheugen waren gewist!
En niet alleen uit dat van de
rooms-katholieke gemeenschap van Purmerend, maar ook uit dat van hun
eigen nakomelingen.
Hun dochter Nette, die zo'n goed
huwelijk leek te hebben met een zoon uit de rijke katholieke
intellectuele familie Godefrooij uit Amsterdam was in 1909 met haar echtgenoot en
zeven kinderen berooid uit Noord Holland 'gevlucht'.
Met
de zoon in Amsterdam lijkt weinig tot geen contact te zijn. Als Tecla in 1911 sterft wordt Reijer
openbaar bedankt door dit echtpaar en als er een maand later in Utrecht
weer een zoon wordt geboren wordt deze Reijer genoemd.
|
Als kind stelde ik al te veel
vragen in dit zwijgzame milieu. Maar mijn moeder, mijn tantes, niemand
wist antwoorden, bijvoorbeeld niet op de simpele vraag waarom oom Reijer zo heette (terwijl ik toen ook wist dat een naam nooit zomaar werd gegeven). Als je niet naar een (evt. net overleden) familielid werd vernoemd dan was het naar een heilige van de dag waarop je geboren was, zoals bij mijn broer Fons of naar een heilige waar je een bijzondere verering voor had. De herkomst van deze wist niemand. Na het vertrek uit de Zaanstreek had dit gezin een geheel nieuwe geschiedenis voor zichzelf gemaakt. Toen ik in 2004 met genealogie begon waren er al verschillende genealogieën van Rijkenbergen in omloop, maar Jacob, de herbergier, kwam nergens in voor. |
Dit
'Dood Zwijgen' komt in meer families voor, m.n.
als de betreffende gezinnen uit de streek verdwijnen. En dit gebeurde
vooral als het betreffende gezin aan lager wal raakte en/of als er
'schandalen' waren.
Tja, de eerste tijd zal er nog wat
besmuikt en achter de hand gepraat zijn dat Jaap al zo laat getrouwd
was met een 11 jaar jonger meisje, dat ook nog ziekelijk was en dan al die
kinderen,
die dood gingen...
En dan die
ongetrouwde man, die al die jaren met hen samen woonde, zelfs toen Jaap al gestorven was... En
die politieke ideeën, die de man openbaar in Purmerend
predikte: een 'Vooruitstrevende Burgerkiesvereniging'.
De Rijkenbergen waren niet vooruitstrevend. Zij waren goede behoudende
katholieken...
En dan dat gezin waar die dochter in
getrouwd was, die man was een zatlap, had twee keer zijn zaak failliet
laten gaan, had overal schulden...
In de loop der tijd raakte dit in de vergetelheid en nadat haar man was
overleden kon haar dochter,de arme weduwe, nog een enkele keer naar
Purmerend en werd daar dan goed ontvangen door de hartelijke Herman met
zijn 'snoepjes winkel'. Tenslotte was haar broer naar hem vernoemd en
ook haar zoon Herman en die werd priester en dat maakte veel goed.
En als dan weer 30 jaar later haar dochter als non haar bij zich neemt
in het 'gasthuis' van Purmerend is alles vergeten en vergeven en zal
het de vergetelheid in gaan.
En zo hoort het
ook. Daarom hebben de katholieken de biecht uitgevonden. 'Zonden' die
gebiecht zijn, zijn immers vergeven en het biechtgeheim is heilig!