![]() |
Toen
ik het bulletin 'Onder N.A.P' van der archeologische Werkgroep Purmerend -
onder leiding van Rob Teunissen, kreeg las ik over het onderzoek van hem en
was vooral gefascineerd door het steeds weer opduiken van een andere
Rijkenberg.
Het hele onderzoek was interessant, maar
hieronder een vrije samenvatting van de bewoningsgeschiedenis.
"Onderzoek achterterrein
perceel Peperstraat 40 uitkomende in de Kromme Steeg te Purmerend"


Het
onderzoeksterrein in de 17e eeuw (kaart van F. de Wit ca.
1680)
Het onderzoeksterrein in 2001
een
huis en erve staande en gelegen aan de Westzijde van de
Peperstraat,
met een schuur daar agter uijtkomende in de Kromme Steeg.
leggernr. 167,
De nummering in de straat is vele malen veranderd.
De eerst bekende bewoner zou Griet Sijverts
Biersteeckers geweest zijn, In
1652
is er een verponding op haar naam.
Van 1691
tot 1697
is er een huijs verponding aan Jan Ruijmgaer en zijn vrouw Cornelia van
Dijck.
Zij blijven echter in Alkmaar wonen en het huis wordt bewoond door de zuster
van Cornelia, nl. Sijberigh van Dijck en haar man Jacobus Spoors.
Op 14 januari
1702
koopt François van Leeuwen het huis. Frans had daar jaren een
vleeshouwerij, maar hij heeft er niet gewoond.
Hij overlijdt in 1713 en in dat jaar en de volgende jaren zijn er meerdere
akten te vinden bij notaris Bel in Purmerend, omdat zowel kinderen
uit zijn eerste als uit zijn tweede huwelijk aanspraak op de erfenis
maakten.
De waarde van het huis in de Peperstraat komt op f. 1260,- en er wordt ook
een boedelinventaris gemaakt:
|
In ’t voorhuijs: drie bijlen, vier haken en een rack en
dertien haken, 4 hakmessen, 39 7/8 lood gewigt, een paar houten schalen en een evenaar, een paar coperen schalen en een evenaar In ’t schuur: ses tonnen met vlees, een snijbank, een pennelaad, een regberrij, een dissel, twee meermanden, 4 water emmers, 2 was tobbens, 2 kleijne.tobbentjes, 2 dissels, 2 spijkerhamers, 1 koekpan, 1 esel of bankje, 6 vilmessen, 175 lood gewigt, 1 blaasbalk, 1 vleijsmand, twee oude blocke. Voor op de bovensolder van ’t huijs: 20 oude bomen, 8 kromstocken, 10 kleerstocken, 4 lanteerns, 2 oude sluijtmanden, 10 paardedecken, 4 bossen Op Lugtenburg sijnde de solder van ’t keukentje aan de plaats: 2 bedden met 2 peulen 4 kussens 4 dekens 4 lakens, alles oud goed, 2 oude gordijnen, 1 vaatje met verff, 4 stoven, 8 gerookte tongen, 7 stucken gerookt vlees, 2 kleijne vaatje Op de schuursolder: een parthij turff en hout |
In
1733
Verponding: een huijs, verponding f. 7-10-0 Lammert Miggielsz Pelt beswaart
met f. 1.000,- prothocol. Hij is
gehuwd met Helena van Leeuwen, een dochter van
François.
Na hun dood blijft hun dochter er wonen. Zij is gehuwd met Claas
Dirksz. Del.
De volgende verpondingsbrief is op
29 april
1776
voor Klaas Del en Joris Oudejans als in huwelijk hebbende Lijsbet
Del,
wonende alhier, verkoper transporteren t.b.v. Nicolaas Laagerweij, mede
alhier woonachtig, koper.
De koopsom bedraagt f. 2.000,- waarvan f. 1.000,- contant en f. 1.000,- als
een custing.
Nicolaas
woont er ook met
zijn vrouw Mietje van der Ham.
Het eigendom gaat door overlijden over op de dochter Jansje, als enig
nagelaten kind van bovengenoemd echtpaar.
Op 20 december 1817 treedt zij samen met haar man,
Jan Switzer,
koopman en kaarsenmaker, als verkopende partij op.Door dit transport in
1817
gaat het eigendom over op Jan de Boer Dirksz, koperslager. Naast het gezin de
Boer wonen er in 1820
meerdere gezinnen, nl.
Karel Gerritsen,
schaarslijper, Hij
is getrouwd met Marijtje Bosman en ze hebben 4 kinderen.
Ook treffen we in de burgerlijke stand in
1820 een buitenechtelijk kind aan,
overleden op dit adres: Elisabeth Bruijn, geboren
op 19 juni 1820 en overleden Purmerend 20 september 1820 als dochter van
Dirkje Bruijn.Als getuigen in de overlijdensakte uit 1820 worden genoemd: Karel Gerritsz,
en Pieter Rijkenberg,
koopman.
In januari
1823
vindt het transport plaats op Simon Brenot, koopman in hoeden.
Per 27 februari 1824
vindt het transport plaats op Hubertus Petrus Koene, commies griffier bij
het vredegeregt kanton Purmerend en
zijn vrouw, Aagje Wijnkamp,
boekverkooper.
Na zijn dood in 1824 hertrouwt zij in 1826 met
Pieter Rijkenberg,
groente- en
fruitverkoper,
boek- en
papierverkooper,broodbakker. Ook In die tijd wonen er echter ook andere families
in dit
huis, zoals
Hendrik Sant,
bode bij het
dijksbestuur van de Beemster en zijn vrouw
Trijntje Schoorl.
Johanna Koenen, een dochter van
Aagje Wijnkamp uit haar huwelijk met Hubertus Koene trouwt met Anthonie
Marinus Broedelet,
zoon van Daniel Broedelet ,
emeritus predikant en
Maria Sophia Frederica
Braber, allen wonende te Purmerend
en
Nederlands Hervormd
!!!
Daniel
Broedelet, emeritus predikant
bij de Hervormde gemeente te Purmerend koopt het huis op 19 maart
1834.
Zijn zoon,
papier en boek- verkoper gaat er wonen met zijn vrouw en ze
krijgen er verschillende kinderen.Broedelet en Rijkenberg gaan een associatie aan en die wordt in
1832
aangevuld met een
boekdrukker
J.P. Bronstring, die een paar huizen verderop in de Peperstraat woont.
Titelblad
van het boekje: “De kleine menagerie voor lieve kinderen”
uitgegeven te Purmerend door Broedelet en Rykenberg, ca. 1840
(collectie
Borms-Koop)
Deze firma geeft onder de titel “Prentenmagazijn voor
de Jeugd” een reeks prenten uit die aansluit op de vormende en stichtende “schoolprenten”,
die in het begin van de 19e eeuw,
onder de auspiciën van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen zijn verschenen.
In een circulaire van 15 december
1842, maakt J. Schuitemaker aan de
boek handelaars bekend dat hij, door overname eigenaar is geworden van de lees bibliotheek,
boekdrukkerij en boekhandel.
Daniel Broedelet heeft het hele zaakje verkocht voor f.4.200 en de hele
familie Broedelet verdwijnt uit het katholieke Purmerend.
Rond 1854 begint Schuitemaker met het uitgeven de Purmerender Courant en in 1857 verhuist en verkoopt de hele zaak aan George Fredrik Bibo, spekslager. De koopsom bedraagt f. 5.500,- In de koopakte staat o.a.:
Het
verkochte perceel zal gedurende de eerstvolgende 25 jaren niet tot
het drijven van den boekhandel en
aanverwante vakken
mogen worden ingerigt of verkocht,
op een boete van f. 5.000,- ingeval van overtreding
dezer bepaling,
door den tegenwoordige kooper of zijne erven te betalen aan den
verkooper of diens erven.
In
1876
wordt het verkocht aan Ige Hajo Igesz,
koopman en dan staat er in de koopakte dat
het pand thans verhuurd is aan Josephus A.Th. Gunter,
spekslager, wonend te Purmerend voor een som van f 8,- per week.
In 1890 wordt Hendrik Paulinus Rijkenberg (* 1829), van beroep
schoenmaker, uit Purmerend de nieuwe eigenaar.
De datum komt goed overeen met de inschrijving van de fa.
Herman Rijkenberg (* 1861) in het Handelsregister bij de Kamer van
Koophandel te Hoorn.
Aldaar wordt als vestigingsdatum 18 juni 1887 vermeld op het adres Peperstraat.
In augustua 1922
verhuist Herman Rijkenberg en Adriaan Rijkenberg (*1895)
trekt er met zijn vrouw Alida Gort en hun dochter Alida in.
In 1922 wonen in de Peperstraat:
124 A
A. Rijkenberg
126
H. P.
Rijkenberg
126 A
J. B. Rijkenberg
Per 2 november 1927
vertrekt de familie Adriaan Rijkenberg naar Haarlem en Hermanus
Gerardus Rijkenberg (* 1902) en zijn vrouw zich vestigen op dit adres
met hun kinderen: Joseph, Alida, Agatha en Francisca.
Zij hebben een zaak in comestibles, kaas en vleeschwaren.
Het kadaster meldt als mede-eigenaar:
Antonius Boerrigter, autohandelaar, wonend te Utrecht.
Dit is zijn zwager, getrouwd met Sophia Geertruida Rijkenberg.
De zaak wordt in
1964
opgeheven.
1904
Hier zien we de
Peperstraat waar al vroeg peper werd verhandeld.
Het derde pand links is de kruidenierszaak van Rijkenberg.
De 'schuur' erachter was - in de
tijd van de zaak in comestibles, kaas en fijne vleeswaren - een kaaspakhuis