prmer

            kroniek
alle
rooms
beroepen
Sjamaar
Godefrooij
Rijkenberg
Schuling
contact

terug
In 'van 't Hoge naar 't Lage land' vertrok Adam Rijkenberg van het hooggebergte in Duitsland naar het laagste punt in Nederland, Amersfoort en vervolgens met zijn bruid Neeltje van Ginckel naar Weesp.
Het klimaat in Weesp voor katholieken wordt echter slechter en met de erfenis van Anthony van Ginckel kunnen ze door trekken naar West Friesland, naar het Nieuwe Land waar de katholieken nog steeds veel geld en dus macht hebben.
Van hun kinderen zijn er nog zeven in leven en in Purmerend wordt de laatste geboren.

Hier een impressie van het leven van de familie Rijkenberg in Purmerend van  ±  1850 tot 
±  1930

Jacob Sicking (* 1894), zoon van Lodewijk Sicking en Marietje Rijkenberg heeft een verhaal geschreven over het leven van zijn moeder
en zijn jeugd in Purmerend. Dit stuk is in te zien bij het CBG.
Als hij dit alles op schrijft is hij pastoor in Tilburg en 89 jaar. Logisch dat het verhaal vrij warrig is en van de hak op de tak.
Toch heb ik dit verhaal als uitgangspunt genomen om te beschrijven hoe het met de Rijkenbergen gaat in de tweede helft van de 19e
eeuw. Dit heb ik ook meegenomen omdat het denken en de meningen, die hij beschrijft, een eeuw later bij mijn moeder, mijn ooms
en tantes en zelfs nog in ons gezin nog zo frappant hetzelfde zijn, zoals bijvoorbeeld:
Alleen over personen, die belangrijk zijn wordt verhaald. Hoewel er in die polder nog zoveel meer familieleden wonen beperkt hij zich
tot het kleine kringetje dat geld en status heeft. En die status wordt bepaald door de kerk!


Het is opvallend dat mijn (over)grootvader niet eens genoemd wordt en zijn broer slechts zijdelings terwijl deze herbergier en
banketbakker, voor zover ik kan nagaan, ook een prominente rol in het katholieke deel van Purmerend hebben gespeeld.
Misschien waren zij ook te los, te lichtzinnig en te verkwistend. Maar ik weet zeker dat ze dezelfde godsdienstige opvattingen hadden
en dat ze tot begin 20e eeuw behoorlijk vermogend waren.
En ik werd in mijn jeugd nog overgoten met hoe belangrijk de familie Rijkenberg was geweest, zo'n keurige familie, zo degelijk,
zo goed katholiek, zoveel geestelijken. En dan natuurlijk al die prachtige zaken. Als mijn moeder over zaken van haar ooms en tantes
sprak werd er altijd nog bij verteld dat het niet alleen maar een schoenenzaak was, maar alleen super maatwerk of niet zomaar
een bakker, maar delicatessen voor de hoogste kringen...
Ook ik leerde nog dat moeders heilige wezens waren, die in zweet, bloed en tranen kinderen kregen voor God, dat moeder zijn Lijden
betekende, maar dat zij dit Lijden in diep geloof en als heilige taak op zich hadden genomen....
En dat mannen bestonden om voor het geluk en het welzijn van deze heilige vrouwen te zorgen.
En om belangrijk te zijn en goed geld te verdienen.

In onderstaand verhaal zijn de stukjes uit het verhaal van Jacob Sicking in het paars en letterlijk geciteerd.

Rector Rijkenberg had rond de eeuwwisseling contact met Lodewijk Sicking in verband met de genealogie van de familie. Hij meende dat indertijd twee broers Rijkenberg vanwege geloofsvervolging uit Friesland waren gevlucht en dat daaruit de twee stammen Rijkenberg zouden zijn ontstaan.
Lodewijk begon in 1902 een onderzoek in Kerk en Stadhuisregister van Purmerend. Hij kwam daar tot een Adam Rijkenberg, die in 1746 overleed. In 1733 trouwde Michiel Adamse Rijkenberg. Zijn kinderen komen in die registers ook voor als Adamse. Later blijft alleen de naam Rijkenberg over...


Begin 1900 is het een belangrijk punt in de geschiedenis is dat er in de geslachtslijst slechts één gemengd huwelijk voor komt en dat de katholieke stam zich al die jaren heeft gehandhaafd.
Na de godsdienstoorlogen is het 'protestantisme' rond 1650 immers de staatsgodsdienst geworden. Hoewel de katholieken steeds meer gedoogd werden - zeker ook omdat zij goede zakenlieden waren - konden zij, net als de joden, geen ambten bekomen, niet in dienst van staat, provincie of stad zijn. Zij wisten zich echter al snel een belangrijke plaats te verwerven als neringdoenden, ambachtsmensen en boeren. Die katholieke gemeenschappen in bepaalde steden, zoals Amersfoort, Purmerend, Bolsward trokken uiteraard katholieken
aan uit minder tolerante gebieden. En dit worden hechte gemeenschappen. In Purmerend heb je o.a. de families Albers, Kok, Sicking, Wubbe, Kuijper, de Wolf, Pelder, Dek,
Rijkenberg, die nauwe banden hebben via huwelijken, werk, verenigingen...
Ook zie je dezelfde voornamen zich over de families verspreiden.

gouwpeperhoog

... Maar eerst iets over Purmerend, zoals ik het nog kende. Het was met zijn 6000 inwoners vrijwel de minste onder de stedekes van Noord Holland, maar het wist dat het de stad was.
Het was dan ook de stad voor de bewoners van Beemster en Purmer en Wormer en dus winkelcentrum. Op Dinsdag, de marktdag was er een onnoemelijke drukte. Op de kaasmarkt, waar de kazen lagen opgestapeld en werden gekeurd en gewogen, kon je haast niet vooruit komen. Maar tegelijk losten boten koeien en varkens en schapen en kippen. Het was een pracht gezicht om een scheper op een holletje langs de straat te zien gaan met al de schapen achter hem aan.

De koemarkt, de kippenmarkt: het was alles even druk. Trouwens, het was markt in alle straten, terwijl alle winkeliers buiten voor hun winkelpand uitstalden. Waar bleven die marktbezoekers?   Verscheidene winkeliers reserveerden een zaaltje waar de klanten een kop koffie konden drinken. Ook waren er zgn. Dinsdaghuizen: huizen, die enkel op Dinsdag als koffiehuizen fungeerden. Ook Rijkenberg had hiertoe een zaaltje.
Van hoeveel belang deze markt was bleek wel toen Hoogmogenden indertijd wilden dat Purmerend een "jansenistische pastoor" zou accepteren. Toen besloten de boeren van Beemster en andere polders om de kaas niet meer naar de Purmerender Kaasmarkt te brengen, maar door te rijden naar Edam. Hoogmogenden moesten inbinden. Blijkbaar hadden de katholieke boeren, die in Purmerend kerkten, een groot overwicht.
De Purmerender katholieken waren diep gelovig. Ofschoon zij sterk in de minderheid waren wisten zij toch tussen de anderen te leven. Slechts een enkele maal was er een moeilijkheid, behalve dan dat er elk jaar een gevecht plaats vond tussen de jongens van de scholen.
De eerste Heilige Communie noemde men naar protestantse gewoonte "aanneming". Devotionalia als scapulieren bleef men uit de weg. Des Zondags werd voor de Vespers godsdienstles gegeven aan kinderen, die alreeds waren aangenomen. Blijkbaar wilde men in staat wezen om zich te verweren.

De nabijheid van Amsterdam, dat per trein, maar meer nog per tram of boot te bereiken was, bood niet enkel uitgaansmogelijkheden, maar gaf de zaken mensen de gelegenheid om hun zaken te bevoorraden. Nu gaat Purmerend uitgroeien tot een grote stad.

In dit kleinsteedse milieu leefde dus het echtpaar Herman Rijkenberg en Marijtje de Wolff

Herman Rijkenberg en Marijtje de Wolf waren in 1823 gehuwd. Ze gingen door met de grote schoenenzaak Rijkenberg in de Peperstraat, het centrum van de stad.
Ze kregen vijf zonen: Jacob, Hendrik, Pieter, Gerrit en Herman.

1. oud Oom Jacob, die wel enigszins verkwistend leefde stierf in 1862. Zijn echtgenote Tecla Albers (tante Teek) woonde later op de kaasmarkt boven haar zoon, die een schoenenzaak had. Met deze familie was weinig relatie.

2. Grootvader Hein trouwde met Sophie Wubbe en zij zetten de schoenenzaak voort

3. oud Oom Piet trouwde met Marietje Kuijper uit een Uitgeester familie. Uit dit huwelijk was Herman Rijkenberg, die trouwt met Catharina Sicking uit Wormerveer, mijn vaders zuster, onze tante Trijntje. Hij was een zeer goede man, doch wel min of meer de bekende man van twaalf ambachten. Zijn kinderen zijn Maria (soeur Celestine), Frits en Piet.

4. oud Oom Gerrit
was eerst ook in de schoenenzaak, later trouwde hij met de zus van Sophie Wubbe, Hesje Wubbe, en zij begonnen een juwelierszaak. ... Dit paar had geen kinderen.
Tegen verwachting van de familie, die meende, dat zij zeer bemiddeld waren, bleek dat deze
goede mensen, die al tijden stil woonden, de laatste jaren in stille armoede hadden geleefd...


5. oud Oom Herman stierf jong.

... Er woonden nog meer katholieke Rijkenbergen in Purmerend, maar grootvader verklaarde dat zij geen familie waren ...
Dat waren ze echter wel, maar ze hadden kennelijk minder aanzien en minder geld

.

Opvallend in dit verhaal is dat er niet alleen weinig kennis van de familie over is gebleven, maar vooral dat alles wat er niet
in past ook niet verder onderzocht wordt. Geheimen blijven geheimen, ook al zijn de mensen al jaren dood.
Daar mag je niet in roeren.
Zelfs in genealogisch onderzoek wordt geen onderzoek gedaan.

En dat is tot op de dag van vandaag nog steeds zo! Niet overal natuurlijk, maar wel in de vier geslachten
waar het gezin waarin ik opgroeide uit is voort gekomen. ZWIJGEN!!  en dat zie je hier dus ook:

1. - Jacob was koekbakker en had een winkel. Zijn zoon Herman was twee jaar toen hij stierf. Dus de zaak zal verkocht
zijn en Herman werd opgeleid tot schoenmaker en kreeg later zijn eigen schoenmakerij
Het is aannemelijk dat zijn moeder (Tecla Albers) daar toen boven is gaan wonen.
3. - Piet was naar zee gegaan. Hij was pas 28 toen hij in Batavia verdronk. Zijn vrouw moest 15 jaar wachten voor
ze mocht hertrouwen.
5. - Herman is op 81 jarige leeftijd in Purmerend overleden. Hij was gehuwd en als beroep staat 'koopman' genoteerd.

Hij kan echter wel uitgebreide uitleg geven waarom de ene Paulinus genoemd en de ander Paschalis. dat heeft niet
alleen met vernoemen te maken, maar ook met de geboortedag en met heiligen, die dezelfde namen hadden.

Hij heeft het ook uitgebreid over de schoenenzaak van zijn grootvader Rijkenberg.

...Grootvader had het goed met zijn vrouw getroffen. Het was niet enkel een dame. Haar handen stonden niet verkeerd. Zij was een wijze, uiterst lieve vrouw. Ook later toen zij oud geworden was, kwamen de kinderen en kleinkinderen graag naar "Moe" en Grootmoe. Op tachtigjarige leeftijd zat zij nog steeds te breien voor de kinderen. Ze veerde op toen ik haar een keer aan sprak over Le Sage ten Broek*. Die naam sprak haar nog steeds aan. Het portret van Paus Gregorius XVI hing nog in het huis waar ook nog een oude Nederlandse Bijbel (een Moerentorf) te vinden was. Zij was dus een Wubbe. De Wubbe's waren met "lapjes" uit Westfalen naar Holland gekomen...

Hij vertelt verder over een bekende pastoor Wubbe in Amsterdam waar ook de Rijkenbergen dikwijls op de pastorie gingen logeren, over de komst van Schaepman in Purmerend.  

Joachim George le Sage ten Broek (1775 - 1847) was een Nederlands
schrijver en journalist. Hij was een belangrijke rooms-katholieke
emancipator en geloofsverdediger.

Hermanus Johannes Aloysius Maria (Herman) Schaepman
(Tubbergen, 2 maart 1844 Rome, 21 januari 1903) was een
Nederlands dichter, rooms-katholiek priester, theoloog en
politicus. Hij speelde een doorslaggevende rol in de katholieke
 emancipatie
. als eerste priester die lid van de Tweede Kamer werd.

...Van hem (oom Cornelis Wubbe) heb ik het verhaal hoe de drie ongetrouwde Wubbes, die een manufacturenzaak - met als specialisatie damesmantels - hadden in de Breestraat de eerste waren in Purmerend, die gasverlichting aanschaften en hoe alles uitliep wanneer het licht aan ging met de verbaasde vraag hoe dikwijls je nou moest bij vullen.... (petroleum).
De boeren in de Beemster profiteerden later het meest van de uitvinding van het lichtgas. Als kind zag ik naast elke boerderij een ketel waarin het moerasgas werd opgevangen...
Oom Cornelis Wubbe vertelde me hoe zijn broer Bernard er, naar het gebruik van de tijd, als marskramer op uit ging om de winkelvoorraad te slijten. Op kruispunten ontmoette hij dan andere middenstanders.
Na verloop van tijd gaf hij de zaak door aan
Antoon Kuijper, die met Hester Rijkenberg was getrouwd. Na enkele vruchteloze pogingen hebben deze twee de mantels aan de kant gedaan en hebben zij de zaak doen herleven...

...Mijn grootvader Henricus Paulinus Rijkenberg had een zeer gelukkig huwelijk. Sophia Margaretha Wubbe was een zeer zorgzame, een wijze en bij uitstek lieve vrouw. Met haar hulp kon hij de zaak omhoog helpen en werd hij een zeer geacht burger, die zowel kerkmeester werd als opperbrandmeester. Ik zie hem nog zoals hij 's Zondags met zijn hoge hoed en bril met gouden montuur ter kerke toog. Met zijn personeel kon hij goed om gaan.
Toch moet ik vertellen wat mijn Moeder mij mede deelde. Grootmoeder was op Zondagmiddag in de winter met Grootvader op stap. Hij had nog een boodschap voor de meesterknecht. Toen zij daar aan kwamen bleek de man in de bedstee te liggen. De kinderen lagen boven hem en hij lag over de rand van de bedstee verhaaltjes te vertellen. Zo kon de stook worden uitgespaard.Wel dienen wij hier te bedenken dat er toen een uitzonderlijk koude winter was wat voor mijn grootvader aanleiding was tot het aanschaffen van de eerste kachel.
Het echtpaar kreeg vijf kinderen: Marietje, Bernard, Hester, Herman en Jacob welke laatste jong, doch diep betreurd, kwam te sterven.
Het is geen wonder te noemen dat Vader Hein, wie alles lukte wat hij aanpakte, wat zelfverzekerd werd. Een keer op bezoek bij zijn zwager te Hoorn stelde deze voor om de volgende dag per schip naar Amsterdam te gaan. De volgende morgen voorkwam Grootvader zijn zwager, die met de schipper vertrouwd was en ging voor dag en dauw op stap om met de schipper af te spreken. Hij was gewoon gewend om de leiding te nemen...

... De tweede zoon Bernard, ook opgeleid tot schoenmaker, zou oorspronkelijk ook in de zaak komen...
... De dochters Sophie, Cornelia, Lena, Maria, Esther, Agatha, Bernardien en Gerarda kwamen tot een goed huwelijk, de ene financieel wat gelukkiger dan de andere, maar alle in de eigen soort. Antonia dirigeerde een Bejaardencentrum in Amsterdam. Sophie en Cornelia hadden beiden een priesterzoon.


Waar de relatie van mijn moeder met haar zus Hes blijkbaar zeer innig was, logeerden wij vaak in dit keurige gezin. Antoon Kuijper, een hartelijk doch zenuwachtig man, heeft samen met zijn vrouw geploeterd om de manufacturenzaak welke, toen zij hem over namen, een neergaand karakter vertoonde, omhoog te brengen. Zij zijn daar in geslaagd terwijl hun zoon Jacob de
zaak van de Breestraat naar een groot pand in de Hoogstraat over wist te brengen en er een ongekende bloei in bracht.
Zoon Martin begon een manufacturenzaak in een volkswijk te Rotterdam.
Hendrik maakte ik mee als hotelhouder in Valkenburg waar zelfs een maal koningin Emma logeerde.
Cornelia, die veel ziek was, zat financieel goed omdat haar echtgenoot een dubbele zaak dreef in Volendam, nl. een kant voor toeristen en een voor het Volendamse publiek.
Sophie, die door haar huwelijk de naam 'de Wolf' kreeg, had een pracht zaak in stoffen...

.... Nu rest nog Marietje, de oudste spruit van 'Pa en Moe', zoals Hein Rijkenberg en Sophie Wubbe steeds genoemd werden....
... meldde ik daar alreeds hoe mijn vader mij toe vertrouwde, dat hij gebeden had om een vrouw te krijgen, die op de H. Maagd leek en dat zijn gebed verhoord was; mijn broer Louis sprak steeds over haar als een heilige vrouw.
Waarschuwde de dokter reeds vroeg, dat zij een zwak hoofd had, zij moest veel meemaken. En als zij hoorde dat het met een van de kinderen niet goed ging dan was het, zo zeide ze mij zelf of er in haar hoofd iets brak....
.... Was zij , buiten haar schuld, niet zeer ontwikkeld, zij had een goed verstand en was een wijze vrouw. Zij wist steeds met grote belangstelling te luisteren naar al wat Vader vertelde. Zij leefde heel en al voor haar huishouding, zodat zij door personeel en anderen op handen werd gedragen. Zij was echter het liefst thuis, goed voor iedereen. Zij moest er niets van hebben om op de voorgrond gedrongen te worden. Waar Vader zelf geen actief drankbestrijder wenst te zijn en toch niet wilde, dat gemeend zou worden dat hij tegen de beweging was, trad zij op zijn verzoek toe tot de Maria vereniging en zou ook een vergadering mee maken. De deftige dames, die presideerden, brachten de echtgenote van Dr. Sicking onmiddellijk naar het podium met gevolg dat mevrouw Sicking voortaan alle vergaderingen vermeed. Was er een moeilijkheid waarvoor bijzondere takt nodig was dan bracht Vader die haar, ook in dit opzicht, sterk waardeerde, de wijsheid op om van haar tactvol optreden te profiteren...
.... Het is een eer zulk een goede lieve moeder gehad te hebben.