boeken

            kroniek

alle
rooms
beroepen
Sjamaar
Godefrooij
Rijkenberg
Schuling
contact


terug
De Purmerendse boekdrukker Th. Peereboom liet zich in 1812 registreren als drukker en leesbibliotheekhouder.
In 1842 maakte J. Schuitemaker met een circulaire bekend dat hij door overname eigenaar was geworden van de leesbibliotheek, boekdrukkerij en boekhandel, tot die datum gedreven onder de firma­naam D. Broedelet & Co. Broedelet vormde ongeveer tien jaar eerder een vennootschap met Pieter Rijkenberg

biebHonderd jaar later keerde deze naam terug in het boekenvak!

In die tijd was vrij gebruikelijk dat kantoorboekhandels er ook een leesbibliotheek bij hadden. Soms bestond deze uit niet meer dan een paar planken met boeken. Ze waren amper rendabel, maar hadden als voordeel dat onverkoopbare boeken naar de bibliotheek konden worden doorgeschoven.
De Kamer van Koophandel had de winkel van Rijkenberg geregistreerd onder de volgende omschrijving: 'boek- en kantoorboekhandel, leesbibliotheek, feestartikelen, religieuze artikelen, muziekinstrumenten en bladmuziek, postzegelhandel, kleinhandel in kantoor­meubelen'.
J.M. Bleekemolen was de eerste eigenaar. Na diens overlijden zette de weduwe met haar tweede echtgenoot Herman Rijkenberg de winkel voort. In 1949 volgde Jan Rijkenberg zijn vader op en samen met zijn vrouw bestierde hij de zaak, waarbij de feestartikelen in de uitverkoop gingen.

Mevrouw Rijkenberg weet zich te herinneren dat haar schoonvader in de jaren dertig van de twintigste eeuw met een
leesbibliotheek was begonnen. 'Een goede klantenbinding, maar wel erg veel werk. Er kwam erg veel onderhoud bij kijken.
Er zijn wat potten gluton doorheen gegaan. In de oorlog kregen we onderduikers uit De Purmer, die 's avonds boeken kwamen
lenen. Als er dan drie keer gebeld werd, wisten wij dat het goed volk was. Het fijne vond ik dat je de mensen kon adviseren.
Zo was er een oud vrouwtje dat eigenlijk alles al gelezen had. "Heb ik al 'had", zei ze dan, als ik haar een stapel boeken één
voor één liet zien. Maar als ik haar dan weer het eerste boek voorhield, dan nam ze dat maar'...









Wijlen Jan Rijkenberg had niet zo veel op met de leesbibliotheek. In een interview zei hij eens: 'Wat had ik een hekel
aan dat kaften. Elke week ging het kleed van tafel en zat je te kaften, met van dat bruine papier. En dan kwam zo'n boek een week later terug met een vetkring erop en dan kon je weer opnieuw beginnen'.
Ook bij de verbouwing
in 1957 bleven deze bruine kaften niet onvermeld. De verslaggever van de Nieuwe Noordhollandsche Courant noteerde:
'In de winkel zelf is de bibliotheek verhuisd naar de andere kant van de zaak, waardoor deze ruimte als het
ware uit het gezicht is genomen. Hiermede heeft men bereikt dat de altijd wat dorre aanblik van boeken in kaftpapier aan het oog is onttrokken, terwijl anderzijds de lezers de gelegenheid hebben rustig hun boeken uit te zoeken'.

advNa de volgende verbouwing in 1967 was de bibliotheek opgeheven.
Mevrouw Rijkenberg: 'De smaak van het publiek werd anders, ze wilden betere en duurdere boeken. Toen zijn we langzaamaan gestopt, er ging ook zo veel werk in zitten. We hebben de boeken met stellingen gratis overgedaan aan de parochiebibliotheek in De Rijp. Die was daar erg blij mee'.

Catalogus Rijkenberg
Lang niet alle bibliotheekhouders werkten met een catalogus. Deze had als nadeel dat hij snel verouderde, doordat er steeds nieuwe titels bijkwamen. Dan moest er een supplement gemaakt worden, wat een tijdrovende kwestie was. De klanten lieten zich vaak adviseren door de bibliotheekhouder. Rijkenberg bezat wel een catalogus, die voor vijftien cent verkrijgbaar was, terwijl aanvullingen gratis werden verstrekt.

Uit de woorden van mevrouw Rijkenberg blijkt dat de klanten nauwelijks gebruik maakten van de catalogus, maar afgingen op de adviezen.
De catalogus was meer voor intern gebruik, om afgeschreven titels of verloren gegane boeken bij te houden.
In de leenvoorwaarden stond dat ieder­een boeken mocht lenen, de maximum leentijd was dertig dagen. Het leesgeld per boek - er werd
geen inschrijfgeld in rekening gebracht - was vijf cent (voor duurdere boeken tien cent) per week. Voor elke dag te laat werd een boete van
één cent berekend.
Opmerkelijk zijn in de catalogus de afkortingen bij de titels: v is voorbehouden (voor volwassenen vanaf 23 jaar, jO), m is meisjesboek en j is jongensboek. Bij sommige 'j-boeken' stond: 'ook m'. Bijvoorbeeld Dik Trom en zijn Dorpsgenooten van Joh. C. Kieviet

werd geschikt bevonden voor beide categorieën leners.

De catalogus telt ongeveer achthonderd nummers. Wat onmiddellijk opvalt is het grote aantal vergeten auteurs. Het overgrote deel van de titels
in de catalogus was vertaalde lectuur. Koplopers zijn de auteurs Ruby Aycess met 31 nummers en met achttien Clarence Mulford. Aan de titels te zien zijn zij verwant aan de damesromanschrijfster H. Courrs Mallier, die met 23 titels is vertegen­woordigd. Verder veel detectives van Philips E. Oppenheim (veertig nummers), Edgar Wallace (dertig nummers) en met 22 nummers Ivans. Bij het wild westgenre staan de namen van Or.Karel (sic) May en Zane Grey met respectievelijk 26 en 21 titels. Ook de cowboy- en indianenboeken van Ridgwell Cullum (zeventien), Max Brand (twaalf) en J.F. Cooper (vier) zijn flink vertegenwoordigd. Bekende namen als Agatha Christie met De Wrekers, Conan Doyle (negen), Charles Dickens (vijf) en Alexander Dumas (vijf) ontbreken niet.
Speciaal voor de jeugd zijn er de bestsellerauteurs Chr. van Abcoude met onder andere Pietje Bell en Kruimeltje en Joh. C. Kieviet met vier titels waaronder Dik Trom en zyn Dorpsgenooten.

Voorbehouden aan rijpere lezers zijn onder meer De Opstandigen van Jo van Ammers-Küller,
De moord in het Dennenbosch van Josef Cohen, De moord in den trein van Herman Heijermans, Toen ik nog jong was van Jusrus van Maurik en van E.M. Remarque Uit het westelijk front geen nieuws. Van de populaire - in katholieke kringen beruchte - schrijver Emile Zola zijn geen titels opgenomen.

Opvallend is het ontbreken van Nederlandse literaire werken of de vier boeken van Ina Boudier-Bakker of de enkele titels van Heijermans, van Maurik en Werumeus Buning moeten hiertoe worden gerekend. Geen Couperus, Vestdijk of Slauerhof, auteurs die tot de literaire canon behoren. Alleen veel gelezen schrijvers waar de hogere literaire kringen hun neus voor ophaalden. En dat wist het lezerspubliek van de winkelbibliotheek. Hun behoefte aan amusement werd vervuld met het lezen van populaire romans.

Voor de 'grote' literatuur moest je in de Openbare zijn, totdat ook deze instelling ontspanningslectuur in de boekenkasten toeliet.
En niet te vergeten de televisie, die vanaf de jaren zestig z'n invloed deed gelden. Dat was een concurrent te veel voor de winkelbibliotheek, waarna Rijkenberg tot sluiting overging.

pand



het winkelpand in de Kolstraat Purmerend - 1957

Dit is een samenvatting van het stuk, geschreven door Jack Otsen
in het blad van de vereniging Historisch Purmerend in maart 2004
met dank voor het gebruik