herberg

            kroniek

alle
rooms
beroepen
Sjamaar
Godefrooij
Rijkenberg
Schuling
contact

terug
In steden, die geen postkantoor hadden waren de aanlegpunten van trekschuiten en dan in het bijzonder het Veerhuis, voor de burgers van de stad de plaatsen waar zij post konden afgeven of ophalen. Het vervoer van brieven was voor de schippers een belangrijke bron van inkomsten.
In 1662 werd op voorstel van de Heren van Hoorn bepaald dat in alle steden brievenbussen gehangen zouden worden.
Er werd bepaald dat de schipper, die de beurt had, de brieven uit die bussen moest meenemen. Er werd ook vastgelegd dat een schipper uit Amsterdam of Hoorn nooit verder dan Purmerend mocht. Brieven voor plaatsen voorbij Purmerend moesten aan de volgende schipper worden over gedragen.


                                          post
ligplaats der schuiten in Purmerend

De Trekschuitorganisatie had in Purmerend twee aanlegsteigers De belangrijkste was die waar de schuiten naar en van Amsterdam aan legden. Hier stond ook het Veerhuis gestaan vanwaar de commissaris van het veer de zaken regelde.Reizigers die in Amsterdam aan kwamen en verder wilden, moesten door de stad naar de Beemster Poort lopen. Daar was de steiger van de schuiten naar Hoorn. Op die kade vertrokken ook wagendiensten. Op deze belangrijke plaats kwamen
dus veel reizigers en handelaren, die op het Vloyenburgh uit maar liefst drie herbergen een keuze konden maken.
Het middelste van de vijf panden op de Vloyenburgh is de ‘de Roskam


                                           
postpost
                                                              Herberg 'de Roskam' tussen de twee puntgevels
                                     de Vloyenburgh

Bij het ontbreken van postkantoren fungeerden herbergen dikwijls als afgifteplaats voor zulke brieven. ‘de Roskam’ bij de Beemsterbrug was één van de bekendste in Purmerend, gelegen bij de aanlegsteigers van de schuiten naar en uit Hoorn. De herbergier, Jacob Rijkenberg, zorgde dan voor de distributie van aan hem toevertrouwde brieven.

enveloppe
Linksonder staat te lezen:
franco
Purmerende
af te
geven bij Jacob Rijkenbergh
in de Roskam aldaar

Deze brief werd in 1794 uit Hoorn met de schuit via Purmerend naar het dorp Wormer gestuurd.
De afzender betaalde aan de schipper de portokosten tot Purmerend (twee stuivers). Rijkenberg zorgde er voor dat de brief in Wormer kwam, waarschijnlijk door hem mee te geven aan een andere schipper die die kant uit ging.

bron: J. Dehé: “Loont den bode                                 

        


In de 19e eeuw was er op de Koemarkt een logement ‘de Noordster’ gevestigd. Een advertentie uit 1875 geeft aan dat daar toen ene Jaap Rijkenberg in zat.
Hij adverteerde dat er “gedurende de kermis en verder het gehele jaar door gelegenheid was tot het gebruiken van Ververschingen als Eieren, Zuur, Haring, Garnalen,
Biefstuk enz. enz. en gelegenheid tot dineren”.

akte

Heden den
negentiende January achttienhonderd vier en zeventig is
voor ons ondergeteekende, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand
der gemeente Purmerende verschenen Jacob Rijkenberg, van beroep
herbergier, oud achtendertig jaren, wonende te Purmerende welke ons
heeft verklaard, dat op den achttiende January dezes jaars des
morgens ten vijf ure, in het huis, staande aan de Koemarkt alhier
nummer drie en tachtig wijk B
, is geboren een kind van het vrouwelijk
geslacht, uit Johanna Tecla Kok, zijne huisvrouw, van beroep zonder
welk kind zal genaamd worden
                                               Antonetta Maria

Zijnde deze gedaan op aangifte van den komparant als vader.
Van welke verklaring wij deze akte hebben opgemaakt in
tegenwoordigheid van Dirk Kramer, van beroep
schipper, oud drie
en veertig jaren, wonende te Edam en van Cornelis Grim, van beroep
schipper, wonende te Edam en is deze akte na voorleezing
benevens de
komparant en de getuigen onderteekend.

 

koekoe
herberg aan de Koemarkt in 2007