hoog

 
            kroniek
alle
rooms
beroepen
Sjamaar
Godefrooij
Rijkenberg
Schuling
contact


terug
In Europa ontstonden in de middeleeuwen Glashütte of Waldglashütte in de hogere en dicht beboste gebieden. Op deze plekken waren nl. de grondstoffen en de verschillende soorten hout voor de ovens direct binnen handbereik.Zo'n Glashütte moet men zich voorstellen als een aantal bij elkaar gezette houten gebouwtjes op een open plek hoog in de bergen in het bos. En er moet ook water in de buurt zijn. De gebouwen waarin gewerkt werd en waarin ovens en koelingen waren stonden centraal. Daaromheen de houten woningen van de medewerkers, de huisjes van de glasmeester en zijn gezellen waren wat beter gebouwd, de overige arbeiders hadden niet meer dan een krot.

En als de grondstoffen uitgeput waren verhuisde men naar een ander gebied.
Zo'n gemeenschap bestond dus uit goed geschoolde ambachtslieden, arbeiders, hun echtgenoten en kinderen.
                                                                kaart Glashuette 1685kaart

Een glasmaker is geen glasblazer en ook geen glazenier. Glasmakers zijn er in Nederland niet geweest, omdat het glas gemaakt moest worden van grondstoffen, die alleen in hooggelegen beboste gebieden voor kwamen.
Glasmakers maakten zowel gebruiksglas, zoals het bekende groene bergglas, als sierglas, zoals gebrandschilderde ramen en wapens.
Het beroep stond hoog in aanzien en de verschillende recepten om glas te maken waren beroepsgeheim
waldWaldglasovenglasovenoud glasstukje oud glas
De glasmeester en Heer van "Het Huis" was een hoogstaand en vermogend man. Binnen het gebied waarin zijn ovens stonden - maar waar ook land werd bebouwd en vee werd gehouden - de absolute alleenheerser. Hij besliste wie waar mocht wonen, wie met wie mocht trouwen en hij was peetvader van alle kinderen, die er geboren werden. Werk en wonen liepen volledig in elkaar over en overal was een zeer strenge hiërarchie.
De glasmeester zelf en/of een van zijn naaste medewerkers was naast een uitstekend ambachtsman dikwijls ook een kunstenaar. Want hoewel de recepten en ontwerpen voor de verschillende soorten en kleuren glas familiegeheimen waren, was er altijd de behoefte om het nog mooier en beter te maken.
In het (Duitse) boek van Josef Blau:"Die Glasmacher von Bayer und Böhmerwald" is o.a. het volgend te lezen:

"Die Hütte Sonnenschlag in dem Walde des Kolsters Schlägl wurde 1639 durch den Glasmeister Christoph Reichenberger errichtet.
Dieser heiratete drei Jahre später Magdalena Landgraf, Witwe nach einem Fähnrich des Herlbergischen Regiments, der bei Hameln in
Braunschweig gefallen war.Die Frau war wohl bemittelt und hatte ihrem Manne, der in Schulden steckte, 1000 fl geliehen,
die sie für ihre zwei Söhne Georg und
Johannes verschreiben ließ.
Im Jahre 1654 brachte der ältere Georg Landgraf die Hütte an sich. Unter ihm nahm die Hütte einen guten Aufschwung; er
erzeugte Glasperlen, die er in die Türkei verkaufte. Ein Wappenglas für den Abt Michael ließ er sich auf einer Winterberger Hütte
anfertigen. Er starb im Jahre 1691 und hinteließ 11 Kinder."

1581: Auf der
Herrschaft Pfraumberg wird die Hütte des Reichenberger in Strübl erwähnt.
1637: Achaz Reichenberger, Glasmeister des H. Siegmund Friedrich v. Salburf, Nachbar des Stifts Schlägl, schrieb dem Probste des
Stiftes, Martin, er wolle auf den Grüden des Stiftes eine Glashütte errichten, er verlangte Freiheit von der Robot, die erbauung
von Häusern für die Glaserleute und die Zuweisung eines Aschenwaldes; dafür wolle er als Zins Glas im Werte von 4 - 5 fl jährl. liefern.
Er verlangte die Ausstellung eines Hüttenbriefes für sich und seine Nachkommen. Es wurde abgewiesen
1639: Christoph Reichenberger hatte die Hütte Sonnenschlag in den Wäldern des Stiftes Schlägl erbaut.
Er heiratete dann die Witwe Magdalena Landgraf.
1705: Adam Reichenberger,
Glasmacher in Eisenstein, stritt und raufte mit dem Glasmacher Georg Götzinger.
1715: Die Eisensteiner Pfarrmatrik nennt die Eheleute Glasmacher Lorenz u. Ursula Reichenberger
1735: Des Verfassers dritter Urgroßvater Friedrich Blab in Arnschwang bei Furth im Wald (1705-1756) hatte aus seiner ersten Ehe
mit Anna Maria Reichenberger, Tochter des Kaspar u.d. Regina Reichenberger,
Fürstenhütte bei Passau im Jahre 1735

den 1736 geborenen Sohn Johann Georg (1736 - 1814) der sein zweiter Urgroßvater wurde.

                                                                                           Die Daten aus dem Stammbaume Blab (jetzt Blau) befinden sich im Pfarra
mte Arnschwang.

In de zestiende en zeventiende eeuw is Reichenberger een bekende naam van een geslacht van glasmakers. Zowel mannen als vrouwen kunnen glasmeester zijn.
In 1685 werd het derde kind en de eerste zoon van Walburga en Michaël Reichenberger in Schmalzgrub geboren. Zijn naam wordt Adam Reichenberger.

waldmuWaldmünchen - Schmalzgrub

Het woord 'Schmalz' betekent hier zoiets 'het goed hebben' en een Grube is een groeve. Het woord Schmalzgrube wordt in het Duits nog altijd figuurlijk gebruikt als 'melkkoetje'.
Michaël Reichenberger was een Glasmeester en Hans Peter Reichenberger heeft deze Glashütte zowel aan zijn oudste dochter Margaretha als de jongerezoon Michaël nagelaten.


De peetvader van Adam is Adam Störr (gezien zijn tweede naam zou hij als een rustverstoorder bekend staan).Hij is vrijgezel en leeft iets verder op de berg in 'de Höll' oftewel een gevaarlijke, steile, rotsachtige plek.


Twee jaar later komt er nog een zusje bij en haar peettante komt uit Wassersuppen, een gehucht in dezelfde buurt, aan de grens.De enige behoorlijke stad in deze omgeving was Waldmünchen en het was gebruikelijk dat - als mensen verder weg gingen - dat ze dan zeiden uit Waldmünchen te komen.
Beieren hoorde in die tijd bij het Heilige Roomse Rijk. En er waren vele (godsdienst)oorlogen, zeker in dit grensgebied.

brokbrok glasgravureglasgravurekralenkralen

Op 2 februari 1695 sterft de vader van Adam en drie weken later de zuster van zijn vader, die ook in de Glashuette werkt en woont. Hij was pas 39 jaar.
Zijn oudere zuster Margaretha Reichenbergrin, ongehuwd, glasmeester en mede-eigenaar van de Glashuette sterft drie weken later.
Was het een besmettelijke ziekte? Een epidemie? ... In ieder geval is er geen opgeleide opvolger.
Ook het feit dat zijn echtgenote de Glashuette verlaat en nog geen drie maanden later op 30 mei 1695 hertrouwt zijn moeder met Georg Koch, de zoon van een boer in Untergrafenried, in dezelfde streek, ook tegen de grens aan, wijst erop dat de Glashuette al snel wordt overgenomen.
Adam is dan net 10 jaar.

Toen Adam volwassen werd zal hij de erfenis van zijn vader gekregen hebben en is hij, samen met een vriend de wijde wereld in getrokken. Zij zullen zeker ook de vele (godsdienst) oorlogen hebben willen ontvluchten. Hij zal opgegroeid zijn als boer, maar zijn stiefvader zal zijn eigen opvolger gehad hebben.

Hij kwam in Amersfoort terecht. Daar kunnen meerdere redenen voor geweest zijn. Amersfoort was in die tijd een welvarende handelsstad met een gegoede burgerij.
De jonge mannen zullen welkom geweest zijn.
Ook was Amersfoort in die tijd - zelfs voor de als tolerant bekend staande Lage Landen - een tolerante stad. Protestanten van verschillende richtingen, katholieken, joden; in Amersfoort leefde men naast elkaar binnen de poorten en religies, die officieel niet toegestaan waren werden, zeker in hogere en rijke lagen van de bevolking, minstens gedoogd.

Hij komt er Anthony van Ginckel tegen, een rijke
tabaksteler met veel grond en goederen en ook Rooms Katholiek.
Dat hij met zijn dochter in het huwelijk gaat treden is dus een mooi einde van zijn reis en het nieuwe begin van een groot geslacht.

De eerste jaren blijven ze in Amersfoort en krijgen er twee zoons, Teun en Michiel, die beiden in de Elleboogkerk worden gedoopt.

elvis

De Elleboogkerk aan de Lange Gracht in Amersfoort. In deze Kromme Elleboogsteeg was een schuilkerk.
Het katholicisme was in die tijd verboden, maar het feit dat het gebouw als kerk functioneerde, was te zien aan de vis op de stoep voor de deur en ook algemeen bekend.
Nadat de katholieken weer een eigen kerk mochten hebben werd er door Waterstaat aan de andere kant
van de steeg een kerk
met toren gebouwd. En het werd de Kerk van O.L.Vrouw ten Hemelopneming.
In 1998 werd hier het Armandomuseum gevestigd. In oktober 2007 brandde de kerk in zijn geheel af.

tabak
Het meest waarschijnlijk is dat Adam bij zijn schoonvader is gaan werken. Op de tabaksplantages was genoeg werk. Boerenwerk, dat hij kende.
In de tabakshandel ging veel geld om en het was een vrij beroep, dus m.n. in handen van Joden en Katholieken.
Maar hij zal het bedrijf niet alleen kunnen erven. Er zijn meer kinderen.

Daarom zullen ze besloten hebben om toch met hun beide kinderen te vertrekken naa een plaats waar ze een zelfstandig bestaan op kunnen bouwen. Via Weesp komen ze tenslotte in Purmerend terecht.

In 1746 overlijdt Adam Rijkenberg en in 1758 overlijdt Neeltje van Ginckel zijn weduwe. Ze zijn beiden in Purmerend begraven.

tabaksschuur in Amersfoort