![]() |
|
Dit waren de
grootse jaren van het Rijke Roomsche Leven. Een priesterzoon was het hoogste en beste wat een gezin kon overkomen. Zeker in een gezin waar 'doorleren' al ongewoon was. Een milieu waarin kinderen (jonggeslachten gescheiden) door religieuzen werden opgevoed. Niet alleen op school, maar ook in verenigingen en op bijeenkomsten. Overal werd kinderen geleerd dat priesters heel hoog, heel belangrijk, bijna heilig, waren. En dan ook nog in een gezin waar regelmatig geestelijken over de vloer kwamen, waar de kinderen alles van het ene ware geloof met de paplepel werd in gegoten. Het begrip 'roeping'komt hiermee in een geheel ander daglicht te staan. |
Pater Simplicius
Op 22 september
1922 legt hij de geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid af en
wordt gekleed. Hij is dan net 19 jaar geworden.
Zijn broers en zussen hebben een 'heerbroer'
gekregen, iemand waar zelfs de eigen ouders tegenop zien.
Op 22 mei 1937 - hij is vier dagen geleden 24
jaar geworden - wordt hij in 's Hertogenbosch door de bisschop tot priester
gewijd en de volgende dag
zondag 23 mei 1937 zal hij in zijn eigen
dorp zijn Eerste Mis opdragen. En daarna wordt hij in processie door het
dorp onthaald, toe gesproken door de burgemeester
en andere hoogheden en daarna de 'receptie' bij
zijn ouders thuis.
Zuilen haalt nieuwe priester in
veldwachter
ouders en burgemeester
lauwerkransen
ouders naar de kerk
wachten voor de kerk
ouders, broers Wim, Frans, Gerard en Suze
mis met 3 heren
dit is mijn lichaam
dit is mijn bloed
Gloria
monstrans
Zuilen haalt nieuwe priester in
veldwachter
ouders en burgemeester
lauwerkransen
De maanden, die hierop volgden, heeft hij
uitbundig van zijn status genoten. Hij trouwde verschillende van zijn
broers en zussen en was het middelpunt van ieder feest.
En feesten! dát kon de familie Sjamaar en de
drank kon dan ook rijkelijk vloeien. En de joviale 'humoristische'
heerbroer was het vanzelfsprekende middelpunt.
met het
eerste kleinkind en de eerste Ernest van de volgende generatie
op de bruiloft
Was de naam Simplicius bewust voor hem gekozen? Wisten zijn meerderen
dat er geen naam slechter bij hem paste dan deze? Na zijn
priesterwijding is de naam
nooit meer gebruikt. Niet door hemzelf en
niet door een ander, zowel binnen als buiten het klooster. Niemand van
de volgende generatie heeft het ooit geweten.
Heel curieus om dit zo'n 60 jaar later te
ontdekken.
In de gegevens van de Augustijnen
wordt zijn kloosternaam ook nergens meer genoemd.
En dat is heel ongewoon, want deAugustijnen hebben een
uitgebreid en goed bijgehouden archief.
Als zijn
kloosternaam wordt daar Ernest opgegeven en als bijzonderheid dat hij een
broer is van Ernesto Sjamaar.
Bij Ernesto (zijn broer Johan
dus) staat dat hij een broer is van Simpl. E. Sjamaar.
Vijf maanden later werd hij als
missionaris naar Bolivia uitgezonden. Hij werkte daar in de parochies in
Chulumani, Irupana en La Paz.
Maar dat dit helemaal niets voor hem was
bewijzen zijn vele overplaatsingen daar en dit werd ook nog gememoreerd
bij zijn uitvaart in 1999:
|
1999...het
is in zekere zin ontroerend om nu vele jaren later te lezen en
te zien op welke wijze hij zijn gehoorzaamheid betuigde.tegenover zijn provinciale overste, maar tegelijkertijd allerlei argumenten naar voren bracht waarom hij toch niet in Bolivia op zijn plaats zat en toch maar beter naar Nederland kon terug keren... |
In 1948 keerde hij terug naar Nederland en
werd directeur van het Pia Uno, een opleidingsinstituut van de
Augustijnen in Nijmegen, en subprior in het klooster.
In 1955 gaat hij naar Cuba. Hij heeft daar
een hoge functie, werkt er direct naast en met de bisschop. Daarom is
het des te opmerkelijker dat hij nog geen drie jaar later volkomen
onverwachts terugkeert.
Dit zou door de politieke situatie daar.komen.
hier ooit ook maar iets
van heeft geloofd. Het schijnt teveel bekend geweest te
zijn, dat hij een vrouwenversierder was en dat hij
een openlijke verhouding
had in Cuba in de jaren '50, tja daarin ging zelfs hij te
ver.
Ook het feit dat hij
daarna meer dan een jaar in Nijmegen verbleef maar daar geen
enkele functie vervulde zegt heel wat.
Om dit levensverhaal te
schrijven heb ik o.a. een oud-collega van hem gesproken en het
was opvallend dat er om werd gelachen:
...hoe die slimme en
gewiekste man zich er die keer niet meer uit had kunnen
praten en 'straf' had gekregen...
En hoe werd dat officieel
gebracht?
1999...de dood meldde zich al eerder in dementie waarin
hij weg zakte, maar toch was hij nog altijd opgewekt en
vrolijk als hij je
herkende en ofwel over Den Haag ofwel over geld
gekkigheid kon maken...
.... Hij was prior en pastoor, maar vooral was hem toch de
zorg voor de financiën hem toevertrouwd...
... Ook zijn leven is meerdere malen als een wankel bootje
overvallen door storm en een kolkende zee.... maar door de
Heer
erbij te betrekken en naar Zijn woord het roer te plaatsen
en met anderen op te trekken mogen wij nu geloven, heeft hij
veilig
de overkant bereikt...
Na zijn terugkomst bleef hij een jaar in
Nijmegen.
In 1958 werd hij procurator voor het
Nederlands Schriftelijk Studiecentrum Culemborg, een katholiek
studiecentrum, opgericht om de katholieken, die lager geschoold waren de
gelegenheid te bieden om via schriftelijke studie hogerop te komen.
Net als zijn vader en zijn broer (mijn vader)
was hij uitstekend met cijfers en rekenen. En via dat studiecentrum
heeft hij een flink aandeel gehad in het grote succes en daarmee ook de
enorme rijkdom van de Augustijnen in Nederland. Dat werd zeer
gewaardeerd. In 1967 werd hij zelfs prior van het klooster.
Het lijkt alsof zijn 'misstap' geen enkele
invloed gehad op zijn verhouding met familie en medekloosterlingen. Hij
blijft de joviale goedgeefse goedlachse en zeer egocentrische
'belangrijke' man.
Ik weet nog dat hij in 1957 een
groot feest geeft in een zaaltje in Zuilen. Hij vierde zijn 35e
gebaseerd.
Ik herinner het me scherp en wel omdat ik op de dezelfde dag jarig
ben. Ik werd 12 jaar. En voor het eerst mocht ik mee naar
een 'grote mensenfeest':
schel licht, veel mensen, harde muziek. En dan een man,
die op staat, om stilte roept een toespraak houdt voor zijn
jarige broer, een cadeau aan biedt.
Dan hard geklap, veel gelach
en geschreeuw en dan staat Oom Ton op (een van de weinigen,
die ik ken) vraagt opnieuw om stilte,
trekt mij naar voren en roept
dat er nog een jarige is...
Ik vind mezelf terug in een
donkere gang waar tante Door (de vrouw van Oom Ton) een arm
om me heen slaat en heel lief is en zegt dat
ik niet hoef weg te lopen...
Wat zou ik later graag nog
eens contact gehad willen hebben met deze schat van een
vrouw, misschien zou ik haar nu wel kunnen vertellen dat ik
bang
ben voor die aandacht, voor aanraken voor....maar helaas...
Oom Ernest heeft
waarschijnlijk niet eens gemerkt dat er iets gebeurd was. Ik
kan me niet herinneren, dat hij ooit een woord tegen me
heeft gezegd..of op een andere
manier mijn bestaan heeft erkend.
Mijn moeder schijnt de enige geweest te zijn, die wel eens een opmerking
maakte, zoals toen hij prior in Culemborg werd en alle broers en zussen
dat gingen vieren. Toen hij zijn prachtige en zeer luxe ingerichte
kantoor liet zien slaakt mijn moeder, terwijl ze over het prachtige,
hoogpolige tapijt liep de uitroep: "oh, dus dit is 'heilige armoede".
Mijn moeder heeft zich nooit geliefd gemaakt bij haar schoonfamilie.
Maar ook zij wilde zijn feesten niet missen. En dat is ook wel te
begrijpen, gezien de armoede waarin ons gezin toen nog moest leven.
|
Menu bij de gelegenheid van het Zilveren Priesterjubileum van de Weleerw. Pater Ernest Sjamaar o.e.s.a
******** CULEMBORG, 22 mei 1962
|
Les Vins Maximin Grùnhàuser Herrenberg 1958
Juliénas de Baune 1959
Chatteauneuf/du/Pape |
Salade Suédoise Consommé Breton Asperges á la Maltaise
Caneton braisé aux cerises Glace fete deu jour Mocca |
zilveren priesterjubileum
Hij heeft veel , zeer veel, nevenfuncties gehad,
maar deze vind ik het leukste en het beste bij hem passen. Dit was in
september 1950.
gouden priesterjubileum
In 1973 fuseert het studiecentrum, dat vnl.
alfa vakken heeft, met een algemeen technisch studiecentrum. De tijd van
het onderwijs is voor de paters voorbij.
Ernest had zijn
habijt toen al lang uit gedaan. Hij was een van de eerste priesters in
een gewoon pak.
Hij gaat naar Venlo. Hier was toen nog de
laatste middelbare school met internaat van de Augustijner Paters.
Ook
hier kwam hij voor de financiën, procurator dus, maar ook hier werd al
snel prior.
In 1994 was hij zo dement dat opname in een
verpleeghuis noodzakelijk was. Hij bleef daar, in de Prof.
Duboisstichting in Venlo, tot zijn dood in april 1999.
En toch... en toch... ik blijf
geloven dat zijn 'simpele' en eenvoudige jongere broer Johan, die geen
enkele 'functie' heeft gehad, enkel als eenvoudig broeder diende, een
leven
waarvan amper documenten, foto's of iets anders materieel bewaard
is gebleven; dat het leven van Johan voller en gelukkiger was...