eerw
 

     kroniek   rooms
alle
rooms
beroepen
Sjamaar
Godefrooij
Rijkenberg
Schuling
contact


pad
pasfoto

Ernestus Hendrik Marinus
Sjamaar werd op 18 mei 1913 in Zuilen geboren. Hij was de vijfde in een 'goed katholiek' gezin met 12 kinderen.
Toen hij 12 was 'voelde' hij de 'roeping' om priester te worden en ging naar het klein seminarie van de Paters Augustijnen.



Dit waren de grootse jaren van het Rijke Roomsche Leven.
Een priesterzoon was het hoogste en beste wat een gezin kon overkomen.

Zeker in een gezin waar 'doorleren' al ongewoon was. Een milieu waarin kinderen (jonggeslachten gescheiden)
door religieuzen werden opgevoed. Niet alleen op school, maar ook in verenigingen en op bijeenkomsten.
Overal werd kinderen geleerd dat priesters heel hoog, heel belangrijk, bijna heilig, waren.

En dan ook nog in een gezin waar regelmatig geestelijken over de vloer kwamen, waar de kinderen alles van
het ene ware geloof met de paplepel werd in gegoten.
Het begrip 'roeping'komt hiermee in een geheel ander daglicht te staan.


Pater Simplicius

Op 22 september 1922 legt hij de geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid af en wordt gekleed. Hij is dan net 19 jaar geworden.

Zijn broers en zussen hebben een 'heerbroer' gekregen, iemand waar zelfs de eigen ouders tegenop zien.
Op 22 mei 1937 - hij is vier dagen geleden 24 jaar geworden - wordt hij in 's Hertogenbosch door de bisschop tot priester gewijd en de volgende dag
zondag
23 mei 1937 zal hij in zijn eigen dorp zijn Eerste Mis opdragen. En daarna wordt hij in processie door het dorp onthaald, toe gesproken door de burgemeester
en andere hoogheden en daarna de 'receptie' bij zijn ouders thuis.

 
processie
Zuilen haalt nieuwe priester in
veldwachter
veldwachter
prentje ouders
ouders en burgemeester
lauwet
lauwerkransen

  voor mis
ouders naar de kerk

voor
wachten voor de kerk
wacht
ouders, broers Wim, Frans, Gerard en Suze
   
drie
mis met 3 heren
lich
dit is mijn lichaam
bloed
dit is mijn bloed
gloria
Gloria
mostrans
monstrans
 
processie
Zuilen haalt nieuwe priester in
veldwachter
veldwachter
prentje ouders
ouders en burgemeester
lauwet
lauwerkransen
 
    processie      
coll coll feest erna  

De maanden, die hierop volgden, heeft hij uitbundig van zijn status genoten. Hij trouwde verschillende van zijn broers en zussen en was het middelpunt van ieder feest.
En feesten! dát kon de familie Sjamaar en de drank kon dan ook rijkelijk vloeien. En de joviale 'humoristische' heerbroer was het vanzelfsprekende middelpunt.

rie  rie  rie
met het eerste kleinkind en de eerste Ernest van de volgende generatie                                                     op de bruiloft     

Was de naam Simplicius bewust voor hem gekozen? Wisten zijn meerderen dat er geen naam slechter bij hem paste dan deze? Na zijn priesterwijding is de naam
nooit meer gebruikt. Niet door hemzelf en niet door een ander, zowel binnen als buiten het klooster. Niemand van de volgende generatie heeft het ooit geweten.
Heel curieus om dit zo'n 60 jaar later te ontdekken.

In de gegevens van de Augustijnen wordt zijn kloosternaam ook nergens meer genoemd.
En dat is heel ongewoon, want de
Augustijnen hebben een uitgebreid en goed bijgehouden archief.
Als zijn kloosternaam wordt daar Ernest opgegeven en als bijzonderheid dat hij een broer is van Ernesto Sjamaar.

Bij Ernesto (zijn broer Johan dus)  staat dat hij een broer is van Simpl. E. Sjamaar.

Vijf maanden later werd hij als missionaris naar Bolivia uitgezonden. Hij werkte daar in de parochies in Chulumani, Irupana en La Paz.
Maar dat dit helemaal niets voor hem was bewijzen zijn vele overplaatsingen daar en dit werd ook nog gememoreerd bij zijn uitvaart in 1999:

1999...het is in zekere zin ontroerend om nu vele jaren later te lezen en te zien op welke wijze hij zijn gehoorzaamheid
betuigde.
tegenover zijn provinciale overste, maar tegelijkertijd allerlei argumenten naar voren bracht waarom hij
toch niet in Bolivia op
zijn plaats zat en toch maar beter naar Nederland kon terug keren...

In 1948 keerde hij terug naar Nederland en werd directeur van het Pia Uno, een opleidingsinstituut van de Augustijnen in Nijmegen, en subprior in het klooster.

In 1955 gaat hij naar Cuba. Hij heeft daar een hoge functie, werkt er direct naast en met de bisschop. Daarom is het des te opmerkelijker dat hij nog geen drie jaar later volkomen onverwachts terugkeert.
Dit zou door de politieke situatie daar.komen.

Pas nu, 2009, nu ik zijn levensverhaal onderzoek en overal aan het vragen ben, kom ik erachter dat - behalve zijn ouders - niemand
hier ooit ook maar iets van heeft geloofd. Het schijnt teveel bekend geweest te zijn, dat hij een vrouwenversierder was en dat hij
een openlijke verhouding had in Cuba in de jaren '50, tja daarin ging zelfs hij te ver.
Ook het feit dat hij daarna meer dan een jaar in Nijmegen verbleef maar daar geen enkele functie vervulde zegt heel wat.
Om dit levensverhaal te schrijven heb ik o.a. een oud-collega van hem gesproken en het was opvallend dat er om werd gelachen:
...hoe die slimme en gewiekste man zich er die keer niet meer uit had kunnen praten en 'straf' had gekregen...
En hoe werd dat officieel gebracht?

1999...de dood meldde zich al eerder in dementie waarin hij weg zakte, maar toch was hij nog altijd opgewekt en vrolijk als hij je
herkende en ofwel over Den Haag  ofwel over geld gekkigheid kon maken...
.... Hij was prior en pastoor, maar vooral was hem toch de zorg voor de financiën hem toevertrouwd...
... Ook zijn leven is meerdere malen als een wankel bootje overvallen door storm en een kolkende zee.... maar door de Heer
erbij te betrekken en naar Zijn woord het roer te plaatsen en met anderen op te trekken mogen wij nu geloven, heeft hij veilig
de overkant bereikt...

Na zijn terugkomst bleef hij een jaar in Nijmegen.
In 1958 werd hij procurator voor het Nederlands Schriftelijk Studiecentrum Culemborg, een katholiek studiecentrum, opgericht om de katholieken, die lager geschoold waren de gelegenheid te bieden om via schriftelijke studie hogerop te komen.
Net als zijn vader en zijn broer (mijn vader) was hij uitstekend met cijfers en rekenen. En via dat studiecentrum heeft hij een flink aandeel gehad in het grote succes en daarmee ook de enorme rijkdom van de Augustijnen in Nederland. Dat werd zeer gewaardeerd. In 1967 werd hij zelfs prior van het klooster.

Het lijkt alsof zijn 'misstap' geen enkele invloed gehad op zijn verhouding met familie en medekloosterlingen. Hij blijft de joviale goedgeefse goedlachse en zeer egocentrische 'belangrijke' man.

Ik weet nog dat hij in 1957 een groot feest geeft in een zaaltje in Zuilen. Hij vierde zijn 35e gebaseerd.
Ik herinner het me scherp en wel omdat ik op de dezelfde dag jarig ben. Ik werd 12 jaar. En voor het eerst mocht ik mee naar een 'grote mensenfeest':
schel licht, veel mensen, harde muziek. En dan een man, die op staat, om stilte roept een toespraak houdt voor zijn jarige broer, een cadeau aan biedt.

Dan hard geklap, veel gelach en geschreeuw en dan staat Oom Ton op (een van de weinigen, die ik ken) vraagt opnieuw om stilte,
trekt mij naar voren en roept dat er nog een jarige is...
Ik vind mezelf terug in een donkere gang waar tante Door (de vrouw van Oom Ton) een arm om me heen slaat en heel lief is en zegt dat
ik niet hoef weg te lopen...
Wat zou ik later graag nog eens contact gehad willen hebben met deze schat van een vrouw, misschien zou ik haar nu wel kunnen vertellen dat ik bang
ben voor die aandacht, voor aanraken voor....maar helaas...

Oom Ernest heeft waarschijnlijk niet eens gemerkt dat er iets gebeurd was. Ik kan me niet herinneren, dat hij ooit een woord tegen me
heeft gezegd..of op een andere manier mijn bestaan heeft erkend.

Mijn moeder schijnt de enige geweest te zijn, die wel eens een opmerking maakte, zoals toen hij prior in Culemborg werd en alle broers en zussen dat gingen vieren. Toen hij zijn prachtige en zeer luxe ingerichte kantoor liet zien slaakt mijn moeder, terwijl ze over het prachtige, hoogpolige tapijt liep de uitroep: "oh, dus dit is 'heilige armoede". Mijn moeder heeft zich nooit geliefd gemaakt bij haar schoonfamilie.
Maar ook zij wilde zijn feesten niet missen. En dat is ook wel te begrijpen, gezien de armoede waarin ons gezin toen nog moest leven.

 

 

Menu

bij de gelegenheid van het

Zilveren Priesterjubileum

van de Weleerw. Pater

Ernest Sjamaar o.e.s.a

********
 

CULEMBORG,  22 mei 1962

 

 

Les Vins

Maximin  Grùnhàuser Herrenberg 1958

 

Juliénas de Baune 1959

 

Chatteauneuf/du/Pape

 

 

Salade Suédoise
 

Consommé Breton

Asperges á la Maltaise

Caneton braisé aux cerises
compote frites paille

Glace fete deu jour

Mocca

zilveren priesterjubileum       

Hij heeft veel , zeer veel, nevenfuncties gehad, genot maar deze vind ik het leukste en het beste bij hem passen. Dit was in september 1950.


50 50 50

gouden priesterjubileum

In 1973 fuseert het studiecentrum, dat vnl. alfa vakken heeft, met een algemeen technisch studiecentrum. De tijd van het onderwijs is voor de paters voorbij.
Ernest had zijn habijt toen al lang uit gedaan. Hij was een van de eerste priesters in een gewoon pak. pas
Hij gaat naar Venlo. Hier was toen nog de laatste middelbare school met internaat van de Augustijner Paters.
Ook hier kwam hij voor de financiën, procurator dus, maar ook hier werd al snel prior.

In 1994 was hij zo dement dat opname in een verpleeghuis noodzakelijk was. Hij bleef daar, in de Prof. Duboisstichting  in Venlo, tot zijn dood in april 1999.
 

bidbid

En toch... en toch... ik blijf geloven dat zijn 'simpele' en eenvoudige jongere broer Johan, die geen enkele 'functie' heeft gehad, enkel als eenvoudig broeder diende, een leven
waarvan amper documenten, foto's of iets anders materieel bewaard is gebleven; dat het leven van Johan voller en gelukkiger was...