de
![]() |
Ernest
Sjamaar
was de vijfde zoon uit een groot, gedegen en goed katholiek gezin in Den
Haag.
Zijn vader was begonnen als loopknecht en had daarna meerdere beroepen
uitgeoefend.
Zijn vrouw,Sina van der Klugt, dochter van Janna
van der Klugt, zal er zeker de hand in
gehad hebben dat al haar zonen een degelijk en
goed vak hadden geleerd.
In mei 1905 trouwde hij op 22-jarige leeftijd met
de 19-jarige Marie Schuling - met haar tweelingzusje - de
jongste uit een gezin met 13 kinderen.Ze
is een pronte meid, had op haar zestiende - heel opmerkelijk - al een
coupeuse diploma.
Haar ouders hadden een uitstekend lopende
schilderszaak waar meerdere broers van haar aan mee gingen werken en zij
waren al eeuwen Rooms katholiek.
Marie had niet alleen een diep geloof, maar zal zeker al op jonge leeftijd
gezien hebben dat Ernest
hoger op kon klimmen.
In huis was zij de baas en daar zou niemand ooit aan twijfelen.
De
Demka staalfabrieken en staalgieterijen was in een belangrijk deel
van de
20e eeuw
een van de grootste werkgevers van
Utrecht
en omgeving. Het was een zeer groot
bedrijf met zeer veel arbeidsplaatsen.
De echte naam van deze voormalige
staalfabriek te Utrecht luidde Nederlandsche Staalfabrieken v/h J.M.
de Muinck Keizer.
De laatste naam afgekort tot D.M.K. kan
uigesproken worden als Demka. Onder die naam was dit bedrijf in
Utrecht bekend.
In 1913 verhuisde het bedrijf naar
Zuilen, een dorp vlakbij Utrecht.
Ze vestigden zich aan het Amsterdam-Rijnkanaal en werkten vnl. voor
De Nederlandsche Spoorwegen.
Ernest Sjamaar was in die tijd
metselaar
in Den Haag. Hij was begin dertig en had, als ijverig en goed katholieke
arbeider al
een gezin met zes kinderen.

Toen hij hoorde over hele nieuwe wijken met
arbeiderswoningen heeft hij zijn kans genomen. Hij nam de klus aan!
Zuilen
als wijk in Utrecht→→→
Ze verhuisden naar Zuilen en hij heeft als
aannemer een groot deel van deze arbeiderswijk gebouwd.
Aan de rand van de wijk - bij het open land -
bouwde hij een huis voor zijn gezin. De volgende zes kinderen zouden
daar geboren worden.
Zij werden beiden 'belangrijke' mensen zowel in de kerk als in het dorp.
De geschiedenis van het dorp Zuilen
gaat ruim 1250 jaar terug en is gebaseerd op het vroegere
landgoed “Swesen”.
In de dertiende eeuw werd door het
geslacht Van Sulen de naam veranderd in Zuylen, gebaseerd op een
plaatsnaam in het Rijnland.
We praten dan eigenlijk over het
dorpje Oud-Zuilen zoals we dat nu nog kennen.
Bekend is vooral het slot Zuylen waar
vroeger de vooruitstrevende schrijfster Belle van Zuylen
(1740-1805) regelmatig verbleef.
Het gebouw is vernoemd naar een
hofstede die ooit in deze buurt heeft gestaan en waarvan de
landerijen tot aan de Vecht reikten.
Pas veel
later – begin 1900 – heeft Zuilen de vorm gekregen die het nu
heeft.
Toen kwamen de grote staalfabrieken zoals Werkspoor en Demka
naar Zuilen en bouwden hele wijken voor hun werknemers,
die hoofdzakelijk van elders kwamen.
Zuilen verloor zijn zelfstandigheid toen het in 1954 onderdeel
werd van de stad Utrecht.
Het was een
typisch groot, goed, degelijk Rooms katholiek gezin. De kinderen werden
uistekend gevoed, gekleed - moeder kon goed naaien en koken en zorgde
ervoor dat haar dochters
dat ook leerden. Ook helderheid, schoonhouden van jezelf en je omgeving
En zijn vrouw was
mogelijk nog feller en katholieker en vechter voor rechtvaardigheid dan
hij. Maar bovenal was ze een strenge, maar goede degelijke en
rechtvaardige moeder.
Ze voedde en kleedde haar 12 kinderen
uitstekend, maar bracht ze ook hoge normen en waarden bij.
Ernest werd een groot voorvechter voor de
arbeiders. Samen met de katholieke geestelijkheid vocht hij voor beter
leefomstandigheden voor de arbeiders, voor arbeidscontracten, voor
ontslagverordeningen.
Samen met anderen richtte hij de "Rooms
Katholieke Bouwarbeidersbond Sint Joseph" op. Later ging deze
op in de K.A.B. (Katholieke Arbeidersbond). Hij kwam in
het bestuur, werd penningmeester en in het bevolkingsregister van Zuilen
staat hij geregistreerd als
gesalarieerd bestuurder.
Beatrixlaan - Zuilen - 1926
Deze man had iets bereikt in zijn leven en
hij was daar trots op. Hij was trots op zijn vrouw, zijn kinderen, zijn
werk, zijn geloof, zijn huis - dat 'Maria'
heette - .
Tot de laatste dagen van zijn leven zat hij
achter die grote kasboeken, de boeken moesten tot op de cent kloppen en
hij ging door tot het klopte.
Zo was hij (en voor zover ik weet waren zijn kinderen net zo, in ieder
geval mijn vader)!
Hij stierf toen hij 68 was. Hij werd begraven op het Rooms Katholieke
kerkhof St. Barbara in Utrecht. Een schare nakomelingen en een heel dorp
rouwde om hem.
jaren
'20
met dank aan Simon Sjamaar