![]() |
|
De naam
hugenoot zou een combinatie zijn van een Germaans en een oud Vlaams
woord: studenten, die bij elkaar aan huis kwamen om in het geheim de bijbel te bestuderen werden 'Huisgenooten' genoemd. En bij de Zwitserse en Duitse grenzen waren opstandige groepen, die 'Eidgenossen' werden genoemd, omdat ze zich met een eed aan elkaar bonden. Het woord 'huguenot' was oorspronkelijk een scheldwoord. Later gebruikten ze het zelf als een erenaam. Bron: O.I.A. Roche |


1715
boekhandel Hugenoten, Amsterdam
Hugenoten kruis
Samen met de cirkel is het kruis het
meest universele onder de eenvoudige symbolische tekens en is als
zodanig terug te vinden in alle (voor) christelijke culturen.
Het Latijnse kruis werd al in de eerste
eeuw het symbool voor het christendom, zijnde het werktuig waarmee
Jezus gedood werd. En door zijn opstand ook de overwinning op de
dood.
Het centrale deel van het hugenotenkruis
is het Maltezerkruis, het kruis waarbij de armen wijd uitlopen.
Dit kruis vinden we
al terug in de eerste eeuw
bij de tempelorde van Johannes uit Jeruzalem en later bij de
Katharen. Nadat deze door de pauselijke troepen waren uitgemoord
werd dit kruis door
tal van groepen gebruikt, m.n. om onderscheid te maken met het
Latijnse kruis.
In de zestiende eeuw, de roerige tijden
van de godsdienstoorlogen, werden de scherpe hoeken afgerond en het
kruis werd ter grootte van de handpalm gemaakt om te voorkomen dat
het kruis
als wapen zou worden gebruikt. Ook werden de vier armen verbonden
door de bladeren van een lelie, hét Franse symbool.
Halverwege de achttiende eeuw werd het
protestanten toegestaan om zich officieel te onderscheiden met een
embleem. Het ‘hugenotenkruis’ werd toen officieel. De duif kwam er
in de
negentiende eeuw bij toen het kruis van (militair)
onderscheidingsteken naar sieraad evolueerde, deze duif was al een
geliefd symbool van de Heilige geest, van de vrede.
|
Benjamin Jamar, geboren
te Roucy (Fr.) dep. Laon, overleden te Amsterdam,
begraven op 30-11-1718 te Amsterdam.
Recu membre de
l'Eglise d'Amsterdam 27-11-1667 Jamart Benjamin par
témoignage de l'eglise de Rouen.
Recu membre de l'Eglise d'Amsterdam 25-5-1674 Jamar Benjamin par témoignage de l'Eglise de Londres. Gehuwd voor de kerk op 29 - 12 - 1669 te Londen, "Opm: Otr/Tr. Church of Threadneedle Street, London (boek XIII Hug.Soc.)Jamar, Benjamin, Fils de Jaques et de Marie de Rome,natif de Roussy et"met Magdalaine Trenel/Traisnel, 21 jaar oud, gedoopt op 30-07-1648 te Amsterdam, begraven op 30-01-1724 te Amsterdam. Dopen Waalse Kerk (DTB131 blz. 191 Gaamst) Ss. Pierre Tresnel en Jeantoly Magdaleine Poillon. Dochter van Nicolaas Trenel/Traisnel, Boratwerker, en Anne (Jean) SEAR. |
huwelijksakte 1669
De Franse kerk
in Threadneedle Street – opgericht in 1550 – was van de
congregatie van de Hugenoten, een protestantse gemeenschap, die
voortkwam uit de emigratie
van Franse en Vlaamse protestanten naar
Engeland.Het was een gebouw uit 1300 en tot 1550 was het de kapel
van het St Anthony’s Hospital.
Bij de grote brand van Londen is dit
gebouw verwoest, maar de Hugenoten hadden al in 1669 een nieuwe kerk
op die plek gebouwd. Het gebouw heeft er tot 1841 gestaan.
Leiden
Met de immigranten uit West- en
Frans-Vlaanderen kwamen, vooral na 1581, ook Waalse immigranten -
voornamelijk uit de provincie Henegouwen - naar Leiden, uit
Fransprekende gebieden dus, die ook onder het Spaanse gezag vielen.
Ook zij werden om dezelfde redenen vervolgd als hun Vlaamse
landgenoten. Afgaande op Franse achternamen zou bijna een kwart van
de immigranten na 1581 een Franstalige achtergrond hebben. Er
ontstond een sterke Waalse gemeenschap. Bij de Waalse vluchtelingen,
die zich in Leiden vestigden waren veel textielarbeiders. Zij
brachten niet alleen werkgelegenheid met zich mee, maar ook een
nieuwe economische impuls voor de stad. Zij vestigden zich rond de
Marekerk, in de Haarlemmerstraat, aan de Mare en in de straten en
stegen die daarop uitkwamen.
Het centrum, waar zo'n vijf tot zesduizend mensen woonden werd in de loop van de zeventiende eeuw uitgebreid met nog eens vijf tot zesduizend mensen. De vluchtelingenstroom uit de Waalse gebieden bleef aanhouden, maar nu met vluchtelingen uit Namen en uit Luik. In de volksmond werd dit gedeelte van de binnenstad de Walenwijk genoemd. Er waren zoveel Walen in dat gebied dat in 1584 een eigen Waalse Hervormde gemeente werd opgericht met de Vrouwenkerk als plaats voor hun godsdienstige bijeenkomsten. In 1584 telde de Waalse gemeente 425 lidmaten.
Pierre Godefroy, geboren
op 17 - 01 - 1630 in Valenciennes, kwam als vluchteling en hugenoot
vanuit Mons in Henegouwen naar Nederland en vestigde als greinwerker
in Leiden.
In december 1653 huwde hij in de Waalse
kerk met Françoise d'Empise. Zij was ook een vluchteling en is in
1630 geboren in de buurt van Basse in Noord Frankrijk.
Pieter Godefoy grijnwercker,
jongeman van bij Barge in Henegouwen, woonende inde St.
Michielsstraat,
geassisteerd met Jean Poltier
sijn bekende inde St. Rechtensstraat Franchoijse Anpees
jongedochter van bij Basse,
geassisteerd met Franchoijse Lijber haer moij mede
aldaer
1653
Zij kregen tien kinderen en hun nageslacht zwierf uit over de hele wereld onder de namen Godefroy, Godefrooy,Godefrooij en Godefrooi.

De Waalse kerk
bevindt zich in de kapel van het voormalige Catharina Gasthuis. Het
gasthuis was een uitgebreid complex en heeft hier vanaf de 13de eeuw
gestaan.
De gevelstenen boven de ingang tonen het embleem van de heilige
Catharina, een rad met zes vilmessen. In het begin van de 17de eeuw
werd het Gasthuiskapel voor protestantse
diensten ingericht en vanaf 1818 kreeg de Waalse gemeente de
Gasthuiskerk in eigendom. Er worden nog steeds diensten in het Frans
gehouden.
De zang wordt begeleid door een orgel uit
1746.
bron: Casper Coert:, okt. 1999