Janna van der Klugt
            kroniek
haagse
Onderstaand artikel verscheen in 'Gens Nostra', nr. 51 in 1996. Het is geschreven door Ellen Brons.
Het was heel bijzonder om in 2006 te ontdekken dat de stam Sjamaar twee Haagse takken had. 'Wij' van de 'Utrechtse tak' hadden altijd begrepen dat onze grootvader - de patriarch - rond 1910 naar Utrecht was vertrokken en dat zijn broer in Den Haag was gebleven.En die twee zouden elkaar uit het oog verloren zijn.
Ernest kwam echter uit een groot gezin en liet dus veel meer familie achter (waar hij en zijn vrouw nog regelmatig contact mee hadden). Ellen Brons is een kleindochter van Jan Willem Hendrik en zij had deze familiegeschiedenis jaren geleden al uitgezocht. Hieronder haar verhaal over onze gezamenlijke voormoeder:




Ik voel me bijzonder aangetrokken tot mijn voormoeder Clasina van der Klugt..

Haar zakeninstinct heb ik niet geërfd, maar haar geëmancipeerdheid... zeker! velen zullen vraagtekens zetten bij de manier waarop zij haar leven heeft ingevuld, maar, gezien de omstandigheden in die tijd, kan ik niets anders dan respect opbrengen.
Laat ik bij het begin beginnen:
Johanna Clasina van der Klugt wordt Rooms-katholiek gedoopt te Culemborg op 4 april 1802 als dochter van Cornelis van der Klugt en
Gertrudis de Wilt. Doopgetuige is Cornelia van der Klugt, vaders zuster uit 's Gravenhage. Clasina's vader is geboortig van 's Gravenhage en wordt in 1793 als burger van Culemborg aangenomen. Hij is
timmerman en zijn gezin is een normaal burgergezin.
Dan slaat het noodlot toe. Vader overlijdt op 15 april 1811 en moeder op 19 juli 1815, beiden te Culemborg.
Uit de verzegeling van 22 juli 1815 blijkt dat er weinig bezittingen zijn. Haar oom Gerardus de Wildt, meester smid, wordt door de familieraad aangewezen als voogd. Clasina is dan 13 jaar oud, wees, niet rijk en dus kansarm.
Helaas kan ik een stukje uit haar leven (nog) niet traceren. De weeskamerarchieven van Culemborg zitten achter slot en grendel, waardoor ik nog niet in de gelegenheid ben geweest deze te raadplegen.
Waarschijnlijk wordt zij door de familie van haar vader (peettante) naar 's Gravenhage gehaald waar ze als naaister gaat werken.
In 1830 woont ze in Wijk K, Bleijenburg 329. Zij heeft dan al twee onwettige dochters: Johanna Clasina, mijn betovergrootmoeder, geboren 21 juli 1822, en Cornelia. In 1830 en 1834 krijgt zij nog twee onwettige zoons.
In het bevolkingsregister van 1840 is zij ingeschreven als gehuwd met Jan Smit,
tapper, Nederlands Hervormd. Zij is zelf Rooms-katholiek. Een opmerkelijke combinatie, maar nog meer opmerkelijk is het feit dat zij helemaal niet gehuwd zijn. Zij wonen samen... en dat in die tijd!
Jan Smit is nog gehuwd met Elizabeth Frankamp, een dochter uit een gegoed gezin. Pas na het overlijden van Elizabeth, in 1845, kunnen Jan en Clasina trouwen. Dit gebeurt in 's Gravenhage op 22 april 1846.
Jan bezit een 'houten tent' in het Haagse Bos, zoals blijkt uit de memories van successie, opgemaakt na zijn dood op 28 juni 1850.
Deze tent staat op de grond van de staat (de Domeinen). Het Haagse Bos had toen nog allure en vormde een waar uitgaansparadijs voor de Haagse burgers van alle rangen en standen.
Na de dood van Jan Smit blijft Clasina 'het Buytenhuys' exploiteren en dat legt haar geen windeieren. Zij koopt geregeld onroerend goed, waarna zij, zakelijk als ze is ingesteld, onmiddellijk haar testament hierop aan past.
Zo passeren er achtereenvolgend testamenten op 27 november 1849, 13 oktober 1862 en 10 september 1867, alle bij notaris Andries te 's Gravenhage. Na haar overlijden op 28 november 1875 blijkt uit de memorie van successie dat zij in het bezit was van huizen in de Pastoorwarande, de Molenstraat, het Bleijenburg en van 'het Buytenhuys' in het Haagse Bos.
Ik heb grote waardering voor haar zakelijke levenshouding, haar geëmancipeerdheid en haar doorzettingsvermogen. Eén ding neem ik haar diep in mijn hart wel kwalijk... waarom heeft zij nergens de vader van haar kinderen vermeld? Misschien is dit Jan Smit, de man met wie zij later trouwt, maar hij heeft de kinderen niet geëcht. Ik blijf nu met een stukje 'kale boom' zitten. Jammer, maar zeker niet onoverkomelijk. Ik troost mij maar met de uitspraak van een archivaris: 'De moeder is zeker, de vader is altijd maar de vraag!'

                                                                                                                                                                              mevr. P.M.J. Brons  

Haar dochter Sina van der Klugt trouwt in 1877 met Ernest Sjamaar.
Het is tekenend voor onze familie, dat een broer van mijn vader de stamboom ook al lang geleden had uitgezocht, maar dat over de afkomst van mijn overgrootmoeder 'gewoon' werd gezwegen. En dat ook niemand er zelfs maar aan dacht om er naar te vragen.
Zoiets komt in goed katholieke families gewoon niet voor!