wim
 

        kroniek
alle
rooms
beroepen
Sjamaar
Godefrooij
Rijkenberg
Schuling
contact


pad

wimWilhelmus Christophorus Pascalis Sjamaar werd op 17 mei 1927 in de Beatrixlaan 25 op Zuilen geboren. Hij was de vijfde zoon en het elfde kind in een orthodowimx katholiek gezin met 12 kinderen. Als een van de jongsten werd hij geboren toen zijn vader - met hard werken - de top had bereikt.
Alle kinderen deden het goed en in zijn jeugd waren er bruiloften, priesterwijdingen en de vele katholieke feesten waar volop genoten werd van al het goede dat de aarde te bieden had.


In 1948 ging hij als soldaat naar Indonesië.

indie

Bij zijn terug komst in 1950 trouwde hij met Mieneke Lagendijk.Zij gingen op Zuilen wonen en verhuisden daar en in Utrecht, zoals in die tijd gebruikelijke meerdere malen, meestal i.v.m. gezinsuitbreiding. Ze kregen vijf kinderen, drie jongens en twee meisjes.

Wim werd verkoper van luxe herenkleding. Na twee jaar kreeg hij een aanstelling bij de firma Dijckhoff, een vermaarde zaak in herenkleding, zowel in Utrecht als in Den Haag. Hij heeft daar 12 jaar gewerkt.

                          dijc
1928 heropening1953dijc

In 1961 werd hij vertegenwoordiger bij 'Imbouw', een landelijke firma in professionele schoonmaakapparatuur en verhuisde met zijn gezin naar Apeldoorn.
In 1963 stapte hij over naar  'Alpheios', een grotere landelijke firma in schoonmaakproducten. Als vertegenwoordiger werkte hij op provisiebasis. Niets verkopen was bijna niets verdienen. Het gezin leefde dus van een onzeker inkomen.

Hij bleef bij 'Alpheios' tot zijn pensioen in 1996, de laatste 11 jaar als adviseur.
Een knappe goed geklede heer, sympathiek, rad van tong, gulle lach, vakkennis, plezier in zijn we
rk. Een uitstekend werknemer. Hij was dol op zijn vrouw en een goede huisvader.
Hij was een 'echte Sjamaar'. Hij stierf in 1998.

wim 


Een jeugdherinnering van mij - Nette Sjamaar, schrijfster van deze kronieken: op zaterdagmiddag mocht ik met mijn vader mee de stad in. Op zich al een heel groot feest. En toen gingen we ook nog die prachtige winkel - met die toren waarin steeds ander licht verscheen - in. Het leek wel een paleis en toen kwam er ook nog een hele mooie man, die daar werkte en die heel aardig was. En dat was een broer van mijn vader. Het was een sprookjesachtige belevenis.
Toen ik met Simon Sjamaar, zijn zoon en mijn neef, sprak vertelde hij dat hij die lichtjes ook zo mooi had gevonden en dat hem als klein jongetje dan door zijn moeder werd verteld dat zijn vader die lichten aan en uit deed. Dit en bovenstaande herinneringen van zijn zoon Simon hebben mij veel gedaan. En ik ben hem dankbaar dat ze in deze familiekronieken staan.
Mijn ouders hadden weinig contact en ik zag de familie alleen op verjaardagen en dan nog alleen bij het serveren van de koffie en het gebak. Maar ik luisterde zoveel mogelijk en dat met een soort ontzetting en afgunst. De zwier en het plezier, de trots op hun kinderen. Ik weet nog dat ik tante Corrie hoorde zeggen dat haar zoon een vriend had. Ik wist niet eens echt wat het betekende, maar wel dat je daarover niet mocht praten en zeker niet met trots.

Ik ben maar één keer op een uitvaart van een Sjamaar uitgenodigd en dat was die van tante Corrie en diezelfde zoon sprak daar met zoveel liefde over zijn moeder en over haar eigenschappen (waarvan ik alleen maar geleerd had om ze bij mijn vader af te keuren

Ik vind dat alle 12 broers en zussen hun verhaal op schrift verdienen. Dank je Simon.