sjaan
 

kroniektorenrooms

alle
rooms
beroepen
Sjamaar
Godefrooij
Rijkenberg
Schuling
contact

terug

sjAdriana Bernardina Kemkes werd op maandag 30 augustus 1920 op Kanaalweg 57 in Zuilen geboren als derde dochter van
Jo Godefrooij en Theo Kemkes.

Na haar zullen er nog acht kinderen bij komen. En geen van deze kinderen zal gewenst zijn.
Sjaantje groeide op in een verwarrend, veeleisend en zeer armoedige (zowel materieel als emotioneel) milieu.
Ze heeft als drie jarige haar vierjarige zusje zien verbranden en er was geen volwassene in huis.

Al heel jong was Sjaan het kind dat zich ontfermde over haar jongere broers en zusjes. Ze was lief en geliefd.
Toen ze op de Biltstraat in een dienstje werkte kwam ze nog wel regelmatig thuis, maar toen ze een interne betrekking kreeg in De Bilt - bij een gezin met kinderen - zal ze zeker gemist zijn.

Maar ook kon ze afstand gaan nemen, want inmiddels is haar moeder een zeer actief lid van de NSB geworden, haar
stiefvader zat in het Duitse leger en was een groot deel van de oorlog in Frankrijk.
jo
Johannes Hendrikus Bernardus Pastoor werd op 13 maart 1915 aan de Oude Gracht 230 in Utrecht geboren als eerste zoon van Rudolf Pastoor en Riek Haman. Drie jaar later komt er nog een zusje bij, Alie.
Dit gezin was deel van een groot en Rooms geslacht dat al vele generaties in Utrecht woonde.
Jopie groeit dus op in een gegoed, veilig en gedegen Rooms, braaf en burgerlijk gezin. De ouders zijn duidelijk trots en blij met hun kinderen en er zijn vele en vele foto's.
In deze tijd (de opkomst van de fotografie) werd het gewoonte om - al was het maar om te laten zien dat je een belangrijke familie was om je gezin te laten 'portretteren'. Deze vader kon het zich minstens ieder jaar permitteren. En liet daarmee dus ook zien hoe trots hij op zijn gezin was.

1919famjopie en Ali
Het verschil tussen het gezin Pastoor en het gezin Kemkes is dus schrijnend groot.
Misschien is de enige overeenkomst wel dat ze allemaal naar dezelfde kerk gingen en dus ook verder in dezelfde sociale kringen bewogen.
jongensMaar ook daar zal zeker niveauverschil in geweest zijn.Ad Kemkes zat in deze parochie bij de verkenners. Jo Pastoor bij de Jongensclub.

En zowel de weduwe Godefrooij en haar kinderen en haar verstoten dochter Jo met haar kinderen als de familie Pastoor gingen allen naar dezelfde kerk
Jo werd, net als zijn vader, kleermaker. Hij zal bij zijn vader gewerkt hebben.

In het fotoboek zijn veel foto's van de Petrus Werthweijn Stichting in Zeist. Dit was een socialistisch sanatorium. In juli 1933 is het Rooms katholieke sanatorium in Berg en Bosch in gebruik genomen.
Hij heeft er veel foto's gemaakt en in die tijd was dat een dure hobby, zeker niet weg gelegd voor de 'gewone' man.
1935
In het foto album staat dat hij dit huisje in Odijk in 1935 heeft. Er zit echter ook een verjaardagscadeaubrief van 1936 van het sanatorium bij.

Het meest waarschijnlijk lijkt dus dat hij toen hij 20 was een eigenhuisje kreeg (of huurde) en bij de Werthweijn Stichting werkte.
Maar het was zeker ongewoon dat een goed katholieke jongen - en dat was hij - in die tijd alleen woonde en bij een niet-katholieke werkgever in dienst was.
Anderzijds was het ook zo, dat een kleermaker in die tijd nog nauwelijks werk kon vinden. De textielindustrie had het over genomen.
Zijn vader had al een ander vak geleerd. Hij ook?  Het lijkt er niet op, want hij zal altijd de man van 12 ambachten en... blijven.
       
werthweijnWerthweijn Stichting      lighallighal Mannenbriefje

Om te kunnen trouwen moet Sjaan wel opnieuw al haar godsdienstlessen leren en zich weer laten opnemen in de Rooms katholieke kerk.

Op 22 oktober 1941 trouwen ze in Utrecht. Zijn ouders zijn aanwezig. Haar ouders hebben schriftelijk toestemming gegeven. Maar haar echte vader is aanwezig en ondertekent de huwelijksakte.
Ook zij gaan wonen in de Vogelenbuurt en wel in de Zwaluwstraat.
Op de avond van haar trouwdag ligt er een briefje van haar nieuwe echtgenoot op haar kussen: Ze is inderdaad eindelijk ook 'ontsnapt'.
En kan een eigen nieuw leven beginnen.


Na de oorlog



Na de oorlog Moeder heeft een onderduikadres voor zichzelf van de Binnenlandse Strijdkrachten gekregen. Vader is wel opgesloten. De echtgenoten van de andere volwassen kinderen hebben al tijdens de oorlog laten weten dat ze niets meer met het gezin van hun vrouw te maken willen hebben.
Dus...

Thecla, zusje van Sjaan is opgepakt, maar kan uit een kamp blijven als ze bij haar zus en zwager mag wonen. In september 1945 bevalt ze daar van een dochter.
Maar niet veel later stuurt Jo een brief aan de autoriteiten en daarna wordt ze alsnog opgepakt.

Ad, haar zo geliefde broer, zit nog steeds in een kamp in een buitenland en kan daar alleen weg als er een verzoek van een familielid komt. Sjaan is dus de enige overgeblevene om dat verzoek te doen. Dat moet in het Engels en waar moet het heen... Gelukkig krijgt ze daarbij uiteindelijk hulp van Pater Winkelmolen.

De drie jongste kinderen zijn met moeder terug naar Nederland gekomen, maar wie vangt ze op? Ze zijn pas 10, 11 en 13 jaar.
Om te beginnen moeten ze natuurlijk zo snel mogelijk in de schoot der kerk terug gehaald worden. Daar zijn Sjaan en Jo nauw bij betrokken.
Het blijft onduidelijk hoe het precies met hen verder is gegaan. Wel is zeker dat ze in veel verschillende tehuizen hebben gezeten, ook nog toen hun moeder weer van haar onderduikadres terug was. Zeker is dat Sjaan zich verantwoordelijk voelde en dat ze daar ook regelmatig weekenden en vakanties geweest te zijn.

En dan zijn er nog al die processen, verzoeken om vrijspaak, verzoeken om te getuigen, het weten dat je moeder tegen iedereen getuigt en verder onzichtbaar blijft, weten dat de man van Suze, je nichtje en vriendin waarmee je opgegroeid bent, een lange straf heeft gekregen, dat de echtgenoot van Thecla zelfs (in eerste instantie) levenslang heeft gekregen

uit: Foto album van Sjaan: mei 1945


bevrbevrbeevr
onder
onder 1bevr 3bevr
bevrnsbbsonder

Haar echtgenoot is veel op stap  en druk met zijn grote hobby. Hij maakt overal foto's.En zij plakt ze allemaal nauwkeurig in met bijschriften.

Sjaan had altijd al een moeilijk leven. Maar dit
moet voorhaar wel heel erg moeilijk geweest zijn.
Ook de krantenberichten waren heel verontrustend.

                                  Parool september 1945krantfoto album Sjaanbon

Tot in de jaren vijftig benaderden missiepaters parochies om er geld en mensen te komen werven. Dat gebeurde met goedvinden van de plaatselijke pastoor.
Zo was er ook een pater, die dat kwam doen voor een parochie in Brazilië.

Jo Pastoor greep deze gelegenheid aan en besloot met gezin in 1948 te vertrekken om daar een betere toekomst op te bouwen


krantkrantkrant

in krantbootgezin

Eenmaal in Argentinië bleek dat er een lelijke katholieke streek met al deze mensen was uitgehaald. Het bleek dat er maar één huis was voor de hele groep en dat ieder gezin maar één kamer kreeg, ongeacht met hoeveel ze waren. Er was geen werk en dus geen inkomsten. Ze hadden geen cent en waren volkomen op zichzelf aangewezen.
De meeste gezinnen vertrokken er dan ook al snel en ook zij waren binnen een paar weken elders.
En Jo pakte ieder baantje dat hij krijgen aan om eten voor zijn gezin te krijgen. Het was een zware tijd van diepe armoede.


Toch is het gelukt om er een leven op te bouwen en Jo bouwde ook zijn eigen huis.
                                  huisprikwinkel

Toen Joop, de jongere broer van Sjaan, een kleine drie jaar later 18 jaar werd ging hij direct ook naar Argentinië en hebben ze samen een bouwbedrijf gehad: Prik
Jo hij heeft ook een winkel gehad, op zee gevaren...

Het leven was zwaar en arm. Sjaan moest alles in de.huishouding met de hand doen. Je hoeft alleen maar te denken aan de schooluniformen met veel wit, die dus
dagelijks gewassen en gestreken moesten worden.
Ook het kerkelijk leven was in dit land heel anders. Veel meer gericht op pracht en praal.

1comm2comm3comm4commcomm

Iglesia San José O.L.Vrouwe ter Hemelopneming Iglesia San José Iglesia San José
1953 1955 1957 1958
1.  Maria en Rudolf 2.  Vera 3.  Hans 4.  Henk

Sjaan heeft nooit kunnen wennen. Na zes jaar keihard werken was ze ziek van heimwee. In 1954 gingen ze terug naar Nederland.

bootop de boot naar Nederland

Sjaan en Suze (mijn moeder) waren samen opgegroeid, maar de vrouw, die ze als kind opving was mijn moeders moeder en Sjaans oma,
Nette Godefrooij-Rijkenberg. Zij stierf in 1944.
De meeste familieleden woonden nog in dezelfde buurt, maar ieder was zo druk met de eigen problemen,met de eigen armoede...
En het was een ongeschreven wet dat er niet over het verleden gepraat werd.
Niemand van de familie Kemkes, noch van de familie Godefrooij kon, wilde of durfde het aan om Sjaan en haar kinderen echt op te vangen.

Sjaans dochter Maria zat in die tijd op dezelfde school, bij dezelfde juffrouw in de klas als ik en we hebben het beiden nooit geweten.

Vera doet haar Eerste Communie nog op de kerk op de Biltstraat. De katholieke kerk verschilt nog niet echt zoveel met die in Argentinië. Ook de gezinsverhoudingen zijn nog hetzelfde.
Vader is de baas en hij weet wat goed is voor de kerk en voor zijn vrouw en kinderen. Jo neemt zijn gezin in 1956 weer mee terug naar Argentinië.

Het gezin keert pas weer terug als de kinderen (jong) volwassen zijn en dan blijkt dat er in Nederland - in kerkelijk opzicht, maar ook wat betreft vrouwenemancipatie en 'vader is de baas' - erg veel veranderd is. De ouders kunnen zich moeilijk aanpassen aan deze nieuwe 'vrije' cultuur.

En wat het familieleven betreft: allen hebben leren leven met hun eigen grote geheimen, die ze nooit met iemand kunnen en zullen delen.
Moeder Jo is terug gekeerd in de moederschoot van de kerk. Daarvoor zal ze minstens hebben moeten biechten. Dus alles is 'vergeven en vergeten'. Het is de enige manier om aan de oppervlakte doen alsof ze een grote gelukkige familie zijn. En dat zullen ze tot en met hun dood blijven doen.

familie1973

De hele familie en ook mijn ouders