![]() |

| Tot in de
jaren '40 van de 20e eeuw werden katholieke meisjes uit een gegoed
milieu geacht een 'goede' echtgenoot te vinden en
voor hem en voor God zoveel mogelijk kinderen te baren. Voor de dagelijkse zorg voor deze kinderen en voor het huishouden zou er uiteraard personeel zijn. In het geslacht Godefrooij - Rijkenberg was het niet anders, zij het dat het familiekapitaal er niet meer was, dat de meisjes zeer veel aantrekkingskracht voor mannen hadden en ze voor het uitzoeken hadden, maar dat het bij alle drie zo uitkwam dat die echtgenoot maatschappelijk noch financieel aan hun eisen kon voldoen. En het 'moeder- gen' was kennelijk in de generaties verloren gegaan, want het blijkt dat ze geen van allen in staat waren om er voor hun kinderen te zijn, integendeel de kinderen waren er voor hen. De kinderen werden, zodra ze konden lopen, getraind als personeel voor hun moeder. In dit opzicht is het verhaal van alle kleinkinderen van Matthé en Nette identiek. En... komt hetzelfde verhaal ook bij meerdere achterkleinkinderen terug. |
De,
zeer aantrekkelijke, Jo Godefrooij kon het niet opbrengen
om voor haar kinderen te zorgen.Als ze al
thuis was ontving ze
bezoek en
moesten
de kinderen deze mensen bedienen.
Theo Kemkes, de vader, kon nooit
genoeg geld verdienen voor zijn veeleisende vrouw.
Voor de kinderen was er alleen het broodnodige en
geen enkele luxe.De geruite jurkjes op
deze foto zijn tekenend. Deze jurkjes waren nl. van de 'bedeling'.
Ieder kind dat in de jaren '20 en '40 hierin
gekleed was had dus kleding van de armenzorg aan.
Jo was door haar vader verstoten en daarmee door heel het gezin, ook na zijn
vroege dood in 1915.
Maar in die tijd was ieder kind juridisch
verplicht bij te dragen in het onderhoud van de moeder als deze weduwe was.
En ze woonden ook nog allemaal bij elkaar in de buurt. En de jongste
kinderen van haar moeder waren niet veel ouder dan haar oudste kinderen.
Stand ophouden, fatsoen, geen vuile was buiten,
familiegeheimen, streng gelovig ... hoe kon het samen gaan...
Wat we nu nog we weten is dat Jo, noch haar kinderen, nooit meer een voet in
het ouderlijk huis hebben gezet en dat haar oudere broers en zussen haar
bestaan tot in de dood zijn blijven ontkennen.
Maar haar moeder bekommerde zich wel om haar
kleinkinderen, de kinderen van Jo dus en haar jongste kinderen speelden met
elkaar.
Eind
jaren twintig, in de crisisjaren, kwam er een kostganger bij hen in huis
wonen.
Van de zes kinderen was toen de oudste 12 en de
jongste drie jaar oud.
Deze man heette Jo Smits.
In hoeverre zouden de kinderen 'geweten' hebben
dat hun moeder al snel een verhouding metdeze
tien jaar jongere man had. De eerste baby, die voluit naar hem vernoemd was
werd al in 1931 geboren. En toen ze het tweede kind van hem verwachtte heeft
ze haar echtgenoot de deur uitgezet.
Ongehoord in die tijd, in dat milieu, in dat geloof - hij was niet
katholiek.
Maar (net als haar zusters en later enkele van
haar dochters) kreeg ze het voor elkaar dat zij het ultieme slachtoffer was
en dat haar kinderen en haar echtgenoten haar bleven beminnen en voor haar
bleven zorgen.
Alle kinderen moesten, zodra ze 14 waren geld
voor hun moeder gaan verdienen.
Uiteraard zouden ze ook wat moeten bereiken, maar
de meisjes konden dat door een goede echtgenoot te kiezen en de jongens
konden in hun vrije tijd verder leren.
Als in 1940 WO. II uitbreekt kiest het echtpaar
voor de Duitsers en dit had uiteraard veel effect op de kinderen, die al
emotioneel en materieel verwaarloosd waren.
1. Bep - 23 jaar - de oudste dochter, was al in 1934 op
haar zeventiende, getrouwd, had haar eigen gezin en vooral haar echtgenoot
heeft zich vanaf het begin tegen de keuze van haar ouders verzet en haar
familie de deur gewezen.
2. Sjaan - 20 jaar - was al in een dienstje voor dag en
nacht, had al verkering met Jo Pastoor, een 'goede' Nederlander uit een
bemiddeld goed.katholiek
gezin en ze was al bezig om alles te doen om in dit gezin te kunnen en mogen
passen, zoals o.a. weer lessen in het katholieke geloof nemen en in de
schoot der kerk terug te keren. Ze trouwden in 1941. Maar het was voor haar
duidelijk ook heel moeilijk om afstand te nemen van haar moeder en vooral
van al die broers en zusjes.
3. Thea - 18 jaar - was al eerder getrouwd en vertrokken
dan Sjaan. Het is niet duidelijk hoe zij en haar echtgenoot tegenover de
keuze van haar moeder stonden. Zover het nu nog is na te gaan hebben ook zij
zoveel mogelijk afstand genomen.

4. Ad was in januari 1940 16 jaar geworden. Hij
werkte in een winkel en ging naar de avondschool.
Zijn moeder vindt
dat Ad - als brave, goede Christen voor God en het Vaderland en dus tegen de
Bolsjewisten moet gaan vechten. Zijn moeder had ook een goed meisje voor hem
gezocht waarmee hij zich - tijdens een verlof - heeft verloofd.
In die kringen was hij een held.
Het meisje zal niet geweten hebben dat zijn
gehele salaris naar zijn moeder ging. Toen
hij na de oorlog nog 3 jaar in een kamp bleef heeft ze in ieder geval niet
op hem gewacht.

5.
Thecla - 15 jaar - is direct lid geworden van de Jeugdstorm en had
daar vanaf het begin al een leidende functie. En ze wordt buffetjuffrouw bij
een Duitse kroeg "Zum Klausner".Hier zal haar moeder zeker de hand in gehad
hebben en ook zij zal al haar geld thuis moeten afdragen.
Zij werkt zichzelf omhoog, wordt in 1943 lid van
de Germaanse SS en komt daar ook op kantoor te werken. Net als haar zussen
wil ze alleen maar zo snel mogelijk thuis weg.
Intussen heeft ze Hans,een Nederlandse SS'er,
leren kennen en als hij naar kamp Westerbork wordt overgeplaatst zorgt hij
dat zij daar ook kan komen werken.En daar zullen ze ook trouwen, beiden in
uniform. Ze is dan 19 jaar.
Maar ook hier is het meest tragische dat
de moeder, die - als felle
NSB'ster - gedurende de oorlog een luxe
leven heeft geleid over
de ruggen van haar kinderen,na de oorlog
tegen haar dochter getuigt.
Er was iets erg mis met deze familie.
Haar zus getuigde ookzeer negatief
in het proces van haar zwager (mijn vader).
En het zal voor altijd onduidelijk
blijven tegen hoeveel meer mensen ze
(niet openlijk) heeft getuigd en wat ze nog meer heeftgedaan
om haar
vrijheid te behouden.
Tecla werd tot anderhalf jaar veroordeeld,
maar omdat ze zwanger was en minderjarig mocht ze bij haar zus Sjaan en
haar echtgenoot wonen.
uit het album van Sjaan Pastoor - Kemkes
1945 Bij deze foto staat: Het buurtfeest
vierde zijn bevrijding
Ook wij hadden ons huis versierd
Hierachter
lag Thecla te bevallen van Carla
Na de bevalling stuurt haar zwager een brief
naar de overheid waarin hij erover klaagt dat zijn schoonzuster nog
steeds pro Duits is. Hij verklaart dat zij zijn kinderen en
pleegkinderen op die wijze beïnvloedde en ophitste en dat zij verwijderd
diende te worden uit de maatschappij , want anders moest hij de kinderen
uit huis laten plaatsen.
Die pleegkinderen waren de drie jongste
kinderen van zijn schoonmoeder, die hij maar kort in huis heeft gehad,
maar wel de verantwoordelijkheid voor heeft gehouden en ze
waarschijnlijk wel weekenden en vakanties in huis had.
Tecla moest dus haar straf gaan uitzitten in
het kamp. Haar dochter werd door haar schoonouders opgenomen.
Meer over Tecla en haar echtgenoot is te
vinden op 't Open Archief: ....

6. Herman - 13 jaar - heeft als hij 14 wordt nog steeds de
lagere school niet afgemaakt. Hij wordt onder voogdijgesteld
en uit huis geplaatst. Hij komt in Groningen te wonen bij een
boerengezin. De boer en zijn echtgenote
hebben de verantwoording voor zijn opvoeding
op zich genomen en hij werkt er mee op de boerderij.
Als hij - op zijn zestiende verjaardag - een
paar dagen naar zijn moeder mag keert hij niet terug. Als de voogd
zijn moeder belt zegt ze dat hij
inmiddels bij de Kriegsmarine is gegaan en al in Duitsland zit.
Ook deelt zij deze man schamper mee dat hij
toch niet dacht dat ze haar zoon daggelder zou laten worden.
Herman heeft amper drie maanden dienst
gedaan. Het schip ging naar Italië en toen hij daar ontdekte niet tegen
de Bolsjewisten te moeten vechten is
hij direct naar de Amerikanen over gelopen.
Een week later was de oorlog afgelopen en
mocht hij naar huis.
Joop - 12 jaar -
Greet
- 11 jaar - Asta - 10 jaar
Op Dolle dinsdag - 5 september 1944 - vluchtte
moeder met haar jongsten naar Duitsland, maar na de bevrijding moet ze terug
keren en wordt ze opgepakt, maar is zelf zo overtuigd van haar eigen
slachtofferschap, dat ze daarmee (en met waarschijnlijk nog wat meer) alle
mannen van de BS en later de Bijzondere Rechtspleging daarvan ook overtuigt,
zelfs in die mate dat ze haar een 'onderduikadres' geven, omdat het voor
haar niet veilig is om in haar eigen buurt te blijven. Verder blijft haar
strafregister leeg.
De jongste kinderen komen in kindertehuizen
terecht en worden vnl. opgevangen door hun oudere zus Sjaan en haar
echtgenoot.
Zij schakelen ook de kerk in om deze kinderen alsnog tot het
katholieke geloof te brengen.
het
'aannemen' in de Katholieke Kerk
Zij behoren tot de geestelijken, die in
de oorlog noch 'fout', noch 'goed' waren.
Maar die na de oorlog van moed getuigden door
zich in te zetten voor de kinderen van 'foute' Nederlanders.
En wel in de
ruimste zin van het
woord. Pater Winkelmolen heeft ook Tecla en haar man jaren bij
gestaan.
En ook heeft hij Sjaan geholpen om in 1948 eindelijk haar broer
Ad naar Nederland te krijgen.
Frater Norbert was hoofd van de jongensschool van de Parochie
van de St.Josephkerk aan de Draaiweg.
Hij was een zeer bevlogen man, een
uitstekende.onderwijzer, die vocht voor goed en gelijk onderwijs voor
alle
kinderen, ook de.kinderen van 'foute' ouders.
Mijn broers gingen,
na de oorlog, ook op deze school, die ruim een uur lopen weg
was.
Ze moesten dus 's middags overblijven.
Helaas werd er toen niet beseft, dat kinderen van 'foute'
ouders, die bovendien ook.nog - in de ogen van
andere kinderen - voorgetrokken werden, dus
nog eens extra.stiekem en nog gemener gepest werden.
7. Joop
is, toen hij achttien werd, direct uit Nederland vertrokken. Hij ging
naar zij zus en zwager in Argentinië,
die daar toen net drie jaar waren.
Hij heeft er een gezin gesticht. Ze kregen drie kinderen en zijn daar
gebleven.
huwelijk Joop - dochter van Joop
8.Greet
het huwelijk van Greet en Wim in de
Anthoniuskerk in Utrecht
Ze kregen drie kinderen.
9.
Asta trouwde in 1959 met Carol
en ze woonden lange tijd op een boot in Tull en 't Waal, een dorpje aan de
Lek, vlakbij Houten.Ze kregen drie kinderen.Het huwelijk was slecht: schulden, werkeloosheid, drankmisbruik en
mishandeling.
Alleen de jongste durfde te.rebelleren en zoals dikwijls gebeurt is de klokkenluider ook de zondebok.
Hij werd dan ook al jong in een internaat voor moeilijk opvoedbare kinderen
geplaatst.
Zwijgen over schande is vrij algemeen en zeker bij wat men 'gelovige' mensen
noemt. Maar in deze familie was het al generaties zo en WO II had dit nog eens
extra versterkt.
Deze jongste zoon
is er - na een zeer moeilijke jeugd - nog het beste.uitgekomen.
.