ver

 
kroniekwo

Omdat ik - als ervaringsdeskundige - weet dat heel veel mensen vinden dat je het verleden moet laten rusten. En zeker de mensen, die zich daarbij betrokken voelen nemen het je kwalijk als je dit niet doet. Helaas... dit motiveert mij des te meer om ook de achterkant van wat meestal 'de waarheid' wordt genoemd te laten zien:

In 1963 ben ik bij een pater geroepen, die mij – op verzoek van mijn moeder – weer eens tot de orde moest roepen. Dit keer was het echter iets nieuws, want ik vloekte tegen mijn vader, dat hij zich eens met zijn familie zou moeten bemoeien… En dus was het tijd om mij te vertellen dat mijn vader in de oorlog een tijdje bij een foute beweging had gewerkt en dat hij daarvoor na de oorlog een tijd in de gevangenis had gezeten en dat mijn moeder daar nooit meer bovenop was gekomen en daarom altijd ziek en depressief en dat ik het nu nog erger maakte door niet alleen maar een lastig kind te zijn, maar ook steeds bleef vragen en dus pijnlijke zaken bleef boven halen, waardoor het nog slechter met haar ging.Niet veel later ging ik uit huis en dat kon door in de verpleging te gaan. In die tijd was je nog verplicht intern, liep je de hele dag in een anoniem uniform en werd er van je verwacht in je vrije tijd te studeren. Altijd in functie. Prima.

Later werd er echter meer verwacht, dat je ook sociale omgang met mensen had en niet alleen functioneel. Dat kon ik niet en dat bracht me in contact met de
psychiaters en psychologen, die - zeker in die jaren – vonden dat de wereld maakbaar was en dat 'contact gestoord' zijn iets was wat je zelf in de hand had.
Als het je niet lukte wilde je dus niet! Mijn eerste contact met een hulpverlener leidde in 1972 direct tot een opname, die anderhalf jaar zou duren. Ik 'weet' hoe 'we' daar hebben moeten leren om de intense machteloze puberwoede voor de doodsangst te zetten, anders had ik dit 'heropvoedingskamp' niet overleefd. Iedereen was daar bang.. je kon er ieder moment uitgezet worden omdat je niet hard genoeg werkte, maar hoe kun je dat als je niet eens begrijpt wat ze bedoelen. Ik zat in de enige groep van de enige vrouwelijke psychiater en het viel de andere patiënten op hoezeer ze altijd mij moest hebben om te kleineren en te vertellen dat er nooit iets van me terecht zou komen. Bij mijn ontslag vertelde ze me dat ik beter zelfmoord kon plegen. Later heb ik gehoord dat ze nog geen maand na mijn vertrek op staande voet is ontslagen en dat ze joods was. Als dit waar is is het begrijpelijk dat ze mij niet kon begeleiden, maar waarom heeft toen niemand van de leiding van de Viersprong het toen voor me opgenomen, zelfs al was het na mijn ontslag geweest. Later heb ik mijn rapport in handen gekregen (dat was toen nog geheim). Er stonden meer fouten dan waarheden in, maar wat me het meeste trof was: "als baby weigerde de patiënte de speen en ze ging niet naar de kleuterschool omdat ze veel ziek was".
Mijn herinneringen aan dat gesticht zijn de enkele goede contacten met medepatiënten en verder niets. Dus misschien heb ik haar dit zelf verteld, maar tegelijk kan dit niet, want ik wist toen al dat er geen fles, geen melk en geen speen was en dat ik alleen suikerbietenpap met een lepeltje heb gehad. Alle kinderziekten had ik al gehad ik gehad - en aan verschillende was ik al bijna dood geweest - voordat ik vier jaar was. Dat ik nooit naar een kleuterschool ben geweest is omdat mijn moeder me dan had moeten brengen en ze kwam toen de straat al niet meer uit.

Inmiddels heb ik voor 't "Open Archief" mijn levensverhaal opgeschreven en dat heb ik ".... en zij weigerde de speen" genoemd.
Deze metafoor voor wat NSB kinderen hebben meegemaakt vind ik veelzeggend. Ik heb altijd een boek met deze titel willen schrijven, maar het lukt me niet... dus heb ik de gelegenheid om een kort verhaal te schrijven direct aangegrepen.

In de jaren ’80 en in de jaren ’90 heeft een psychiater er ook voor gezorgd dat ik – na veel moeite en onder toezicht – het dossier van mijn vader dossier bij het ministerie van justitie kon lezen.
Maar ook daar kon ik niets mee, dus ging ik dan maar weer aan het werk en dat ging dan altijd weer prima.

Dat ik een identiteitsstoornis heb – DIS – is pas in de jaren ’90 ontdekt en ‘wetenschappelijk’ bewezen. Tot die tijd heb ik geestelijke hulpverlening alleen ervaren als straf, omdat ik altijd op mijn lazer kreeg dat ik met zo’n goed verstand en een gezond lichaam geen recht had om me ongelukkig te voelen.
Ik dacht dat het makkelijker zou worden als mensen konden begrijpen waarom ik zo geïsoleerd leef en waarom ik zo ongenuanceerd en puberaal kwaad kan worden als er in mijn belevingswereld onrechtvaardigheid geschiedt.
Maar ik moest er achter komen, dat zoiets voor andere mensen nooit echt te begrijpen is, dat de meeste mensen daar bang voor zijn en dat mensen met deze stoornis dus makkelijk de zondebok worden (en dat ze het er – ongewild – dikwijls zelf naar maken, omdat ze dan weer in een vertrouwde - en dus minst onveilige situatie - zitten).

Mijn oorspronkelijke idee om genealogie te gaan doen was, naast de historische belangstelling, die ik altijd al had, een grote behoefte om geheimen en taboes op te lossen, zowel voor mezelf en ook omdat ik ervan overtuigd ben dat dit meerdere generaties kan beïnvloeden.

Pas nadat mijn ouders gestorven waren en de breuk met bijna al mijn broers en zussen definitief, heb ik de gelegenheid gezien en de moed opgebracht om de rest van mijn familie te gaan zoeken.
En het geheim van mijn vader bleek zo nietig vergeleken bij alles wat er in die tak van Godefrooij verborgen moest blijven.

Maar de ontdekking dat mijn vader onschuldig was en dat veel mensen dat geweten moeten hebben, dat hij – pas in 1946 – vervolgens nog eens een zeer zware straf krijgt opgelegd, dat de bewijzen van zijn onschuld in een apart dossier zijn gedaan, dat …..

In 2007 zal ik ontdekken dat er drie dossiers waren - bij de verhuizing naar het Nationaal Archief zijn deze samen gevoegd – en dat ik het dossier waarin de brieven zitten, die vertellen dat hij onderduikers verborg, o.a. een Jodenjongetje dat met naam en toenaam genaamd wordt, altijd geheim is gebleven.
Maar ook dat hij in het kamp tabak, rozenkransen, kerkboeken e.d. aan de gevangenen bracht, dat hij in het bos naar ze toe ging om zijn eten te delen. En dat dit met gevaar voor eigen leven was. Hij heeft ook brieven gesmokkeld en er zit zelfs een brief bij, die zijn vrouw aan een vrouw van een gevangene heeft gebracht.
En... dat ik in 2008 zelfs geen kopieën kan krijgen van deze (voor mijn vader gunstige) verklaringen, want dat mag niet van de privacywet.

Ik weet – na het doornemen van de dossiers van mijn vader, tante en neven – niet of ik ooit echt tot me kan laten doordringen hoe menselijke wraakzucht, menselijke kleinzieligheid, machtswellust, angst?, schuld?, tekort gedaan voelen, nu ja, hoe mensen – die toch ‘beschaafd’ en ‘goed opgeleid’ zouden zijn de macht kunnen hebben gekregen om op de plaats van een rechter te mogen zitten.

Er komt zoveel op me af, maar het moeilijkste is om tot me te laten doordringen, dat niemand, mijn familie niet, de overheid niet, de geestelijke gezondheidszorg niet, de lotgenotengroepen niet, dat niemand mij ooit in de gelegenheid heeft gesteld om iets meer over mijn afkomst te weten komen.
Natuurlijk zullen veel het niet geweten hebben, het verdrongen hebben. Iedereen heeft het druk met eigen zaken. En nu 63 jaar later moeten we het maar laten rusten.
Dat NSB’ers nog altijd een vuil en gemeen scheldwoord is in onze maatschappij en ook in het openbare en politieke leven als zodanig wordt gebruikt... laat het rusten...

Nee erger nog, dat ik het nu met mijn verstand kan gaan weten, maar het gevoel dat je het slechte kind van je slechte vader bent en geen recht van leven hebt, daarin ben ik al zo lang geleden verdronken en vervolgens bevroren, dat is in dit leven niet meer te helen.

Jo, Co en Suze Godefrooij, leefden destijds op loopafstand van elkaar. Ze waren ook de enigen uit dat grote gezin, die kinderen hadden.
Objectief gezien was Suze, het kleine zusje, er nog het beste uit gekomen. Zij had een lieve, intelligente, ambitieuze man, die haar aanbad… maar dat kon natuurlijk nooit, het was maar een arbeidersjongen…
Die verstikkende doodsteek, die Co op zijn proces gaf, daar hoefde je toch geen rechter voor te zijn om dat te doorzien…
Jo, die alles, niet alleen haar lichaam, haar kinderen, maar ook haar kennis tot in de hoogste kringen, ervoor over had om zelf in haar luxe te kunnen doorleven…

Ze zijn nu allen dood en het fijne zullen we er nooit over weten, maar ik wil de volgende bladzijden toch de feiten over hen opschrijven, want:

wie het verleden niet kent heeft geen toekomst